Do’s en don’ts

Hoe ga je om met iemand die rouwt in jouw omgeving?

Vol met goede bedoelingen, maar met een zekere onwetendheid en onzekerheid, doen of zeggen we soms dingen aan een persoon in rouw, die niet altijd juist aankomen. Dit zijn zaken die de persoon in rouw als niet-helpend of niet-ondersteunend ervaart, of die gewoon verkeerd worden opgevat, ook al hoopte jij hiermee een steun te zijn. We lijsten enkele voorbeelden op waar je wel rekening mee kan houden wanneer je iemand in rouw steun wil bieden:

Do’s bij mensen in rouw

  • Neem tijd om actief en begripvol te luisteren naar wat iemand te vertellen heeft
  • Erken en normaliseer; zeg die persoon dat het normaal is om deze moeilijke gevoelens te voelen of om bepaalde gedachten te hebben en dat ze recht hebben om te bestaan.
  • Kinderen en jongeren zijn hun eigen experten: durf hen te bevragen hoe jij kan helpen.
  • Wees eerlijk en duidelijk in jouw uitleg over het verlies.
  • Zorg voor de nodige afleiding en plezier. Dit mag ook aanwezig zijn tijdens het rouwen en doet hen ook deugd.
  • Zelfzorg; zorgen voor een ander begint bij zorgen voor jezelf. Heb je het zelf even moeilijk? Klop dan eens aan bij iemand die je kan helpen(leerkracht, leiding, begeleiders…). Je staat er nu eenmaal niet alleen voor.
  • Durf moeilijkheden te signaleren aan de ouder(s) en door te verwijzen waar nodig (professionele hulpverlener, clb, jac, awel, praatgroepen, … )
  • Richt een plekje in waar het kind of de jongere naartoe kan gaan als het verdrietig (troostplek) of kwaad (boosplek) is waardoor hij/zij de ruimte en erkenning krijgt om deze gevoelens te uiten.

Dont’s bij mensen in rouw

  • Vermijd goedbedoelde adviezen als die persoon daar geen nood aan heeft. Zij mogen rouwen zoals het voor hen het beste aanvoelt!
  • Let op met invullen in de plaats van de jonge rouwende. Als een kind bijvoorbeeld vraagt waar papa nu is, toets dan eerst af bij het kind wat het zelf denkt in plaats van een idee op te dringen.
  • Vermijd clichés: ‘Je zult er sterker uitkomen.’, ‘Heb je nog steeds verdriet? Het is al zolang geleden.’, ‘Je moet het loslaten.’, ‘Hij had een mooie leeftijd.’, ‘je hebt gelukkig nog een (groot)ouder, broer of zus.’ .
  • Gedraag je niet anders dan voorheen en behandel die persoon ook niet anders dan de leeftijdsgenoten. Ga hen niet betuttelen.
  • Blijf niet doorvragen of aandringen als de persoon aangeeft dat hij/zij er niet over wenst te praten.
  • Ga niet letterlijk doodzwijgen en doen alsof er niks aan de hand is. Durf te vragen naar de overleden en hoe het met het kind of de jongere gaat. Organiseer misschien een herdenkingsmoment of voorzie een herdenkingsmuur, -boom of –boekje indien hij of zij daar deugd van heeft.
SPREAD THE LOVE
X