Do's en Don'ts

We willen het vaak zo graag goed doen. Iets zeggen dat troost biedt. Er zijn voor iemand. Maar ondanks onze beste bedoelingen, vinden we soms niet de woorden. Of we doen iets dat anders overkomt dan we bedoelden.

Rouwen is erg persoonlijk, en wat voor de ene helpend is, kan voor de andere net te veel zijn. Toch kan je het verschil maken, met woorden, maar net zo goed met daden. Want misschien ben je niet zo’n prater, en laat je liever met kleine gebaren zien dat je er bent. Ook dat telt.

In dit overzicht bundelen we voorbeelden van wat steunend kan zijn en wat je beter vermijdt.

Do...

  • Neem tijd om actief en begripvol te luisteren naar wat iemand te vertellen heeft.
  • Erken en normaliseer: zeg die persoon dat het normaal is om deze moeilijke gevoelens te voelen of om bepaalde gedachten te hebben en dat ze recht hebben om te bestaan.
  • Kinderen en jongeren zijn hun eigen experten: durf hen te vragen waar ze nood aan hebben (vb. een knuffel, een babbeltje, een wandeling maken, …)
  • Wees eerlijk en duidelijk in jouw uitleg over het verlies. (vb. “X is dood. Het hart klopt niet meer. Ze ademt niet meer, hoort niet meer, ziet niet meer.”).
  • Zorg voor de nodige afleiding en plezier. Dit mag ook aanwezig zijn tijdens het rouwen en doet hen ook deugd.
  • Zelfzorg: zorgen voor een ander begint bij zorgen voor jezelf. Heb je het zelf even moeilijk? Klop dan eens aan bij iemand die je kan helpen (leerkracht, leiding, begeleiders, …). Je staat er nu eenmaal niet alleen voor.
  • Durf bezorgdheden (vb. heel teruggetrokken gedrag, zelfverwondend gedrag, verandering in eetgedrag, …) te benoemen aan de dichte omgeving van het kind of de jongere en verwijs door waar nodig (professionele hulpverlener, CLB, JAC, Awel, praatgroepen, …)
  • Richt een plekje in waar kinderen of jongeren naartoe kan gaan als ze verdrietig (troostplek) of kwaad (boosplek) zijn, waardoor ze de ruimte en erkenning krijgen om deze gevoelens te uiten.
  • Bied hulp aan bij praktische zaken (vb. notities maken tijdens de les, boodschappen doen, koken, …).
  • Geef ruimte om herinneringen te delen en over de persoon te praten.
  • Blijf regelmatig vragen hoe het gaat, ook na verloop van tijd.

Don't...

  • Vermijd goedbedoelde adviezen als die persoon daar geen nood aan heeft. Zij mogen rouwen zoals het voor hen het beste aanvoelt!
  • Let op met invullen in de plaats van de jonge rouwende. Als een kind bijvoorbeeld vraagt waar papa nu is, toets dan eerst af bij het kind wat het zelf denkt in plaats van een idee op te dringen.
  • Vermijd clichés: “Je zult er sterker uitkomen.”, “Heb je nog steeds verdriet? Het is al zolang geleden.”, “Je moet het loslaten.”, “Hij had een mooie leeftijd.”, “Je hebt gelukkig nog een (groot)ouder, broer of zus.” .
  • Gedraag je niet anders dan voorheen en behandel die persoon ook niet anders dan de leeftijdsgenoten. Ga hen niet betuttelen.
  • Blijf niet doorvragen of aandringen als de persoon aangeeft er niet te willen over praten.
  • Ga niet letterlijk doodzwijgen en doen alsof er niks aan de hand is. Durf te vragen naar de overledene en hoe het met het kind of de jongere gaat. Organiseer misschien een herdenkingsmoment of voorzie een herdenkingsmuur, -boom of –boekje indien men daar deugd van heeft.
No data was found