Rouwen bij kinderen

Dat je dit leest, wil waarschijnlijk zeggen dat je iemand verloren bent.

Maar wat is rouwen? Zit je met vragen of wil je wat meer weten over wat je nu meemaakt? Dan kan je hier misschien al wat antwoorden vinden. Heb je na het lezen nog vragen? Dan kan je die aan ons stellen.

Rouwen, wat is dat?

Rouwen doe je wanneer iemand overleden is die je graag ziet. Dit kan je broer/zus, mama/papa, tante/nonkel, oma/opa, neef/nicht, vriend of vriendin, of iemand anders zijn. Je kan dan in de war geraken en heel wat voelen of denken. Ook je lichaam kan anders voelen.

Wat doet het met mijn emoties? (gevoelens)

“Ik had er heel veel pijn en verdriet bij en was ergens ook opgelucht dat het vechten voorbij was zowel voor haar als voor ons.” (Inge)

Wanneer iemand gestorven is, kan je heel wat voelen. Niet iedereen voelt hetzelfde. Je kan verdrietig, boos, bang of eenzaam zijn. Je kan je schuldig, moedig of blij voelen. Het kan zijn dat je iets anders voelt. Het kan zijn dat je alles voelt. Het kan zijn dat je niets voelt.

“Het was al laat, we waren gehaast en hup … hij was weg. “Tot straks” … maar die “straks” is nooit meer gekomen … Dit kon ik mezelf niet vergeven. Dat schuldgevoel betert wel, maar nu is het op verdrietige momenten nog steeds heel moeilijk.”  (Laura)

“Toen werd ik zo boos. Hoe kon de wereld verder gaan, terwijl voor mij de wereld zo was veranderd?” (Els)

“Ik ben soms echt jaloers op anderen die wel een vader hebben, ook al stelt die in hun ogen niet veel voor. Hij is er wel nog steeds en je kan er tenminste nog ruzie mee maken. Dat kan ik zelfs niet meer.” (Melina)

Wat doet het met mijn hoofd? (gedachten)

Sommige kinderen kunnen moeilijk volgen op school. Ze kunnen niet meer zo goed denken of zijn erg moe. Hun energie gaat naar het rouwen.

Sommige kinderen stellen zich veel vragen. Vinden mijn vrienden me nog leuk? Wie gaat er voor mij zorgen? Mag ik nog vrolijk zijn? Wil ik nog gaan basketten/voetballen/tennissen…

Hoe zou het nu zijn als jij opeens weer voor me staat
Wat zeg ik dan, wat zou je denken
Wat vraag ik als eerste en zou ik na tien jaar
Nog meer, nog meer op je lijken
(Uit ‘Dat was papa’ van Kinderen voor Kinderen – Tekst & muziek Saskia Schalekamp)

Soms geraak je in de war. Dat is ok. Je hebt tijd nodig. Je kan er met een volwassene over praten als je dat graag wil.

Wat doet het met mijn lichaam? (lichaam)

Ook je lichaam kan anders voelen. Misschien kan je niet slapen of eten. Misschien heb je pijn: aan je buik, hoofd, armen, benen … . Misschien word je vaak ziek of heb je het snel koud.

Wat kan helpen?

Gezond eten, sporten of buiten spelen. Ook praten, tekenen, luisteren naar muziek … kan helpen.
Als je je toch onwel blijft voelen, praat hier dan over met een volwassene.

Rouwen, hoe pak ik dat aan? (doen)

De eerste weken waren vreemd. Maar al bij al ging het met mij nog niet zo slecht. Ik voelde me goed bij mijn vrienden en vriendinnen. Ik kon er niet goed over praten en als er iemand naar vroeg liet ik er niet zoveel over kwijt. Ik had precies niet zoveel de behoefte om erover te praten. (Michiel)

Wat kan je doen als je dit allemaal voelt of denkt?

Je kan praten

  • met een vriend, vriendin
  • met een volwassene waar je je goed bij voelt
  • tegen de sterren, een foto of een knuffelbeer…
  • tegen de persoon die je mist
  • met kinderen die hetzelfde meegemaakt hebben (kijk hier)
  • via de chat met volwassenen die je graag willen helpen (kijk hier)

In het begin ging ik bijna elke dag naar het kerkhof. Ik dacht toen dat ik daar echt dicht bij hem was. Nu is het heel anders. Ik ga erheen als ik er behoefte aan heb, want hij is overal bij mij. Ik babbel veel over hem en ook tegen hem. Ik bekijk veel foto’s van hem. (Nina)

Nu nog heel soms voor het slapen gaan, ga ik nog even voor het venster staan. En dan denk ik aan mijn vader, hoe het met hem is gegaan. Toen die avond met die sterren. Die al lang niet meer bestaan. Wist mijn vader toen al dat ie dood zou gaan?

(Uit ‘Mijn vader is een ster’ van Kinderen voor Kinderen
Tekst: Koos Meinderts / Harry Jekkers, muziek: Ton Scherpenzeel)

Je kan schilderen, tekenen, muziek spelen of beluisteren, gedichten of verhalen schrijven…

Het is tijd voor mij om te gaan,
nu geen tranen meer.
Kijk naar de hemel en geloof,
eens zien we elkaar weer.

Het is tijd voor mij om je te verlaten,
geen verdriet meer en geen pijn.
Kijk naar de regenboog en weet,
ik zal er altijd voor je zijn.

Het zal niet eeuwig duren,
eens komt er een moment.
Dat ik je weer zal vasthouden,
dat je weer bij me bent.

Moyka

Je kan sporten of buiten spelen.

Ik probeer ook enkele zaken die mijn papa in zijn leven deed ook te doen. Zo was mijn papa een jogger, een loper. Ikzelf doe dit ook heel graag en voel me op die momenten wat verbonden met mijn papa. Dat voelt goed aan. (Michiel)

Sommige kinderen houden van rituelen.  Hierbij doe je bepaalde dingen om dichtbij de persoon te komen die je mist: kaarsjes branden, liedjes zingen, bloemen op het graf leggen, naar de kerk gaan, bidden, tekeningen maken…

Sommigen helpen andere mensen. Bijvoorbeeld: oud speelgoed weggeven aan arme kinderen, oude mensen bezoeken, kaartjes sturen naar zieke kinderen …

Hoe rouwt mijn gezin? (gezin)

Sommige kinderen kunnen goed praten met hun mama, papa, broer of zus over hun verlies. Ze voelen zich goed bij elkaar.

Sommige kinderen kunnen niet goed praten met hun gezin. Soms voelen ze niet dezelfde dingen als hun mama, papa, broer of zus. Dat komt doordat iedereen anders rouwt. Ze kunnen het gevoel hebben dat niemand hen begrijpt. Ze kunnen bang of boos worden.

Ik voelde me alleen. Mijn ouders hadden elkaar, mijn andere broer had zijn vriendin. Maar ik had niemand om steun bij te zoeken. (Kasper)

Soms veranderen kinderen na een verlies. Sommigen stoppen met spelen, worden snel boos, letten minder goed op in de klas of gaan net erg hun best doen voor school. Ook je mama, papa, broer of zus kunnen anders gaan doen. Misschien gaan ze veel wenen of worden ze erg boos, misschien gaan ze heel veel werken of blijven ze net thuis … . Soms komt er dan ruzie.

Ik heb na de begrafenis nooit meer geweend in het bijzijn van anderen. Ik had ook niet het gevoel dat ik dat kon bij iemand. Thuis werd er ook niet meer over gepraat, bang om elkaar pijn te doen. (Inge)

Wat met de mensen rond mij? (anderen)

Sommige vrienden kunnen je helpen. Misschien kennen ze jou heel goed of hebben ze ook iemand verloren. Jullie kunnen samen praten of iets leuks doen. Ze begrijpen dat je iemand nodig hebt.

Sindsdien ken ik wel mijn echte vrienden. Ze waren er dag en nacht, bij elke huilbui en bij elk moeilijk moment. Jaren na elkaar. (Ilse)

Soms is het heel moeilijk om met iemand te praten. Niet iedereen weet hoe ze jou kunnen helpen. Dan kunnen ze dingen zeggen die pijn doen.

Mijn vrienden wisten niet wat te zeggen of vroegen zelfs niets. Soms kreeg ik de vraag hoe het nu met mijn ouders was, alsof ik maar bijzaak was. (Kasper)

Precies een jaar na mama’s dood waren we samen op kamp. (…) Ik heb tijdens dat kamp veel verdriet gehad, niemand heeft met één woord over mama gesproken, niemand heeft gevraagd hoe ik me voelde … Ik ben vroeger naar huis gegaan, ik kon dat stilzwijgen niet meer verdragen. (Kathleen)

Sommige kinderen voelen zich hierdoor anders dan andere kinderen. Ze zijn in de war en denken dat ze alleen zijn. Maar er zijn andere kinderen die ook iemand verloren zijn!

Je leven verandert erg als iemand overlijdt. Van kind word je plots volwassen. Je voelt je niet meer als de anderen. (Nele)

Wat na de eerste maanden?

Meestal komen er in het begin veel vrienden of familie op bezoek. Ze bellen vaak. Daarna doen ze dit minder. Dat kan moeilijk zijn.

Stilaan vroeg men er niet meer achter en als ik er over begon, klapten de meesten toe en begonnen over iets anders. (Inge)

Er zijn ook mensen die wel op bezoek blijven komen of met je blijven praten. Dat kan goed doen.

Nu heb ik een aantal mensen waar ik altijd terecht kan. Zo heeft mijn beste vriend me een tijdje geleden gevraagd om samen naar het graf te gaan. Dat was een heel intens moment voor mij. (Inge)

Wanneer hou ik op met rouwen? (toekomst)

Hoe lang ‘rouw’ je? Wat is normaal? Stopt het ooit?

Sommige kinderen zijn lang verdrietig of boos en vinden dat raar. Dat is niet raar. Je kan niet zomaar stoppen met rouwen, ook al doe je hard je best. Je hebt hier tijd voor nodig en dat is ok. Waarom kan het lang duren? Omdat je dichtbij de persoon stond, omdat je van hem of haar houdt.

Iedereen gaat er precies zo vlug over en het leven gaat gewoon verder. Wij moeten proberen, stap voor stap, met vallen en opstaan, er te geraken. Het gemis blijft. (Nina)

Je kan je ook terug beter gaan voelen. Dat kan door over je verdriet te praten, te sporten, muziek te beluisteren… .

Soms kan je erg blij zijn en plots voel je je terug slecht. Bijvoorbeeld door een geur, bepaalde plaats, speciale dag, ruzie met vrienden … . Je denkt dan weer aan de persoon die je mist. Je rouwt weer een beetje.

Natuurlijk zijn er nog steeds momenten dat ik het moeilijk heb: mijn verjaardag, de sterfdag van mama, de periode waarin de dokters me vertelden dat ze haar niet meer konden helpen,… Misschien gaan die moeilijke periodes in mijn leven wel altijd blijven, net zoals de herinneringen aan mama er altijd zullen blijven. (Kathleen)

Het is vooral op moeilijke momenten dat ik haar heel fel mis en dat ik nog eens graag met haar zou willen babbelen. Op leuke momenten heb ik dat gevoel steeds minder omdat ik dat ook met onze papa kan delen. (Inge)

SPREAD THE LOVE
X