Getuigenissen van jongeren tijdens de Jongerendag «MISSING YOU»
zaterdag 24 november 2007 in CC De Romaanse Poort te Leuven


Cindy

Mijn broer en ik zijn samen opgegroeid. We scheelden maar 17 maanden en zoals elke broer en zus maakten we veel ruzie maar konden we elkaar ook niet missen… Hoewel we bijna even oud waren en dezelfde opvoeding hebben gehad, waren we heel verschillende. Mijn broer was de impulsieve, de genieter, de lawaaimaker en onbezorgzaam in wat hij deed – eerst doen dan denken – was het bij hem! Terwijl ik iemand ben die 10x denk voor ik iets doe, stilletjes en beredeneerd ben. Vaak heb ik me geërgerd in zijn impulsiviteit en in de dingen die hij was, terwijl dat nu juist de dingen zijn die ik zoveel mis…
Toen ik 13 was en hij bijna 12 werd er onverwacht nog een zusje geboren, Debby. Mijn broer Didier, vond daar niet veel aan aan zo’n klein ding waar je eigenlijk  niks mee kon ‘doen’, terwijl ik het geweldig vond een levende pop in huis te hebben. Maar naarmate ons zusje ouder werd, bleek dat ze erg op mijn broer leek en bleken ze dezelfde interesses te hebben en werd hun band veel hechter. Ik leerde ondertussen mijn man kennen via Didier en vertrok uit huis om te gaan samen wonen en te trouwen. Ook mijn broer had de leeftijd bereikt om onafhankelijk te zijn en ging samenwonen met zijn vriendin. Zo splitsten onze wegen een  beetje, maar toch zagen we elkaar nog geregeld en was het een andere relatie geworden dan toen we kind waren en thuis woonden. Mijn broer had het niet altijd gemakkelijk om onafhankelijk te zijn. Op één of andere manier zat hij wel vaker in de problemen en dan kwam hij bij mij te rade of troost zoeken. ‘k Heb me vaak eerder een mama dan een zus gevoeld in zulke momenten en vond het soms wel spijtig dat we niet meer broer-zus dingen deden. Maar onze levens en karakters waren gewoon heel verschillend. In september 2004 werd ons dochtertje Luna geboren. Mijn broer had de eer om fiere peter te zijn. Hij was nog nooit zo in de wolken geweest mijn zijn ‘kleine meid’ waar hij 1000-de plannen mee had. Het was leuk hem zo te zien, want hij was in die periode ook wat triest omdat het niet meer zo goed ging met zijn vriendin waar hij al 8 jaar mee samen was. Hij kon het alleen-zijn niet gewoon worden en had veel verdriet. Uren hebben we toen gepraat en getroost. Het was een zeer emotionele en intense periode maar toch ben ik ergens blij dat we die hebben gehad want ik had hem nooit zo vaak vastgepakt en gezegd dat ik hem graag zag als toen.
Op 25 februari 2005, 5 maanden nadat ons dochtertje was geboren, gingen we naar het Swingpaleis Life on Stage in het Sportpaleis in Antwerpen. Mijn man met mijn broer en een paar vrienden, en ik samen met een paar vriendinnen. We hebben allemaal een superavond gehad maar elkaar niet gezien omdat de mannen andere plaatsen hadden dan wij. Na het optreden hebben mijn broer en ik nog even gebeld. Zij gingen nog wat drinken in de VIPbar terwijl wij, de meisjes, naar huis gingen. “Tot morgen en amuseert u nog. Love u”. “Love u2” was het laatste wat we elkaar hebben gezegd, want op de terugweg naar huis is mijn broer met zijn wagen geslipt en tegen een boom geknald. Op slag dood. Mijn man zat naast hem en werd zwaargewond naar het ziekenhuis gebracht. Daar werden mijn vader en ik opgewacht door een arts en vertelde die ons dat Didier de klap niet had overleefd. Ik kreeg letterlijk een steek in mijn hart. “Hoe moeten we dit aan mama vertellen” was het eerste wat mijn vader zei en wat ik dacht. Maar we hebben de juiste woorden niet moeten zoeken, ze had het gezien aan ons gezicht. Mama stortte in, ik begon in actie te komen. Midden in de nacht heb ik politie en wegenwacht gebeld om te weten waar mijn broer was want die hadden ze niet meer naar het ziekenhuis gebracht. ‘k Heb ook mijn familie verwittigd en dan terug naar het ziekenhuis om mijn man te zien. Hij was zwaargewond en in schok, maar hij leefde nog. In de helse nacht, toch een lichtje hoop want wat als ook hij dit niet had overleefd??? De eerste 48 uur was zijn toestand kritiek, maar hij stabiliseerde en er was hoop en vooruitzicht op volledig herstel zonder zware blijvende letsels. Daar trokken we ons aan op.
Samen met mijn vader en zus hebben we de begrafenis geregeld. Mama was daartoe niet in staat. Het was een hele mooie dienst waarin veel vrienden aangrijpende getuigenissen hebben gebracht. De kerk was te klein, mensen stonden tot buiten. Volgens de pastoor was dit nog nooit eerder gebeurd, maar het was dan ook uitzonderlijk dat zulk jong iemand uit de gemeenschap verdwijnt…
Van de maanden die daarop volgen weet ik eigenlijk niet veel meer. Ik functioneerde op automatische piloot: ik ging werken, naar het ziekenhuis, zorgde voor ons kindje en keek erop toe dat mijn ouders ok waren. Pas na maanden toen mijn man weer aan de betere hand was en kon gaan werken en helpen in het huishouden en toen mijn ouders een beetje hun draai vonden, ben ik gekrakt. Het ging niet meer. Ik kon niet vatten wat er allemaal was gebeurd en wist geen raad met het dubbel gevoel van immens verdriet omwille van het verlies van mijn broer en de blijdschap dat Luna haar papa nog had, levend en wel. Ik heb toen heel veel geweend en gepraat; met vrienden, familie en met een psychologe. Ik had er ook nood aan om dingen te doen en de herinnering aan onze broer levendig te houden en zin te zoeken achter zijn dood. Samen met mijn zus hebben we een website voor hem gecreëerd waarin mensen een boodschap kunnen achterlaten. Naar aanleiding van zijn 1-jarig overlijden hebben we ook een gedenkenis in elkaar gestoken voor de vrienden en familie. Dit en vooral het praten heeft me er bovenop gehaald. Mijn zus daarentegen, kon er niet over praten of huilen. Zij schreef haar verdriet op in een boekje, brieven naar onze broer. Zij gaat ook nooit naar zijn graf terwijl ik er soms troost kan vinden als ik hem hard mis of het moeilijk heb met iets. Dat is iets wat ik heb geleerd uit dit alles: iedereen heeft een eigen manier om om te gaan met verdriet en gemis en er bestaat geen juiste of foute manier. Het is gewoon belangrijk dat je voor jezelf een goede manier vindt om je verdriet te verwerken en te plaatsen.
We hebben ook geleerd om meer te genieten van elkaar als familie en om samen dingen te doen. We zijn zo kwetsbaar geworden en zeggen daarom ook vaker hoe graag we elkaar zien en hoe belangrijk we zijn voor elkaar.
We zijn nu bijna 3 jaar verder en de pijn van het gemis is verminderd maar het gemis is groter geworden, al is het niet meer elke dag zo aanwezig. Het moeilijke en frustrerende vind ik dat elke gebeurtenis in ons leven nu, ook al is het een hele mooie zoals de komst van ons tweede kindje, ook altijd een trieste gebeurtenis is omdat hij er niet meer bij kan zijn. Al geloof ik sterk dat hij er op een bepaalde manier toch nog is…
Wat ik het meest mis aan hem is dat ik het nu zo nodig heb dat hij mij eens troost of goede raad geeft zoals ik dat bij hem zo vaak heb gedaan. Soms dan sluit ik mijn ogen en beeld ik me in dat hij me vastpakt. Ik moet dan heel hard wenen, maar het geeft me ook wel een warm gevoel. Het is ook raar om te zien dat wij allemaal ouder worden er veranderen terwijl hij altijd zal blijven hoe hij was toen hij stierf. Er komen geen nieuwe herinneringen bij en soms ben ik bang dat de oude herinneringen ‘uitgeput’ gaan geraken. Maar als we dan met vrienden of familie spreken, komt er vaak nog wel eens een verhaal of anekdote die we nog niet hadden gehoord van hem. En dan wordt er zeker en vast gelachen, want zo was mijn broer; een lacher, een genieter. Als hij ergens binnenkwam, had iedereen het zeker gehoord. Die dingen wil ik onthouden en meegeven aan ons dochtertje zodat ze weet wat voor iemand haar peter was. Want zoals je weet; je bent pas echt dood als niemand meer over je spreekt.


Debby

Mijn naam is Debby, ik ben 19 jaar oud en ik ben de zus van Cindy en heb dus ook 2 jaar geleden mijn broer Didier verloren. Hij is omgekomen in een auto ongeluk.
Ikzelf bij 11 jaar jonger dan mijn broer en ik heb vroeger dus nooit een sterke band gehad met hem, maar de laatste jaren begon er wel een goede band te groeien. Ik begon alles meer en meer toe te vertrouwen aan hem en hij hielp mij ook altijd waar hij mij kon helpen. Daardoor keek ik echt enorm op naar hem. Hij was een groot voorbeeld, ook al was hij niet meteen iemand van de braafste… maar hij had zoveel vrienden en was zo een goed persoon en hij deed alles wat hij kon om iemand gelukkig te maken terwijl hij soms zelf wel eens ongelukkig was.
De laatste tijd ging ik ook wel vaker weg met hem. Ik mocht zelfs door hem is mee naar een discotheek, dat was echt een hele ervaring en ook heb ik samen met hem nog Nieuwjaar gevierd. De momenten toen waren onbeschrijfbaar. En hij bleef me altijd zijn ‘klein zuske’ noemen terwijl ik toen wel al even groot als hem was… Maar hij blijft ook nog wel voor mij mijn grote broer, waar ik zoveel mooie herinneringen mee heb.
De laatste maanden was het ook uitgeraakt met zijn vriendin en hij belde me vaak op om raad te vragen… en daar stond ik dan als 16jarige raad te geven aan een 27 jarige… Best wel grappig… Maar ik was blij dat ik hem eindelijk eens kon helpen en iets kon terugdoen voor hem. Want toen ik in de problemen zat was hij er ook nog steeds voor mij samen met mijn zus weliswaar.
De laatste dag dat ik hem zag heeft hij woorden tegen me gezegd die ik nooit meer zal vergeten. Hij had dit immers nog nooit gezegd. Hij stond bij de deur en wou vertrekken en zei deze woorden: ‘ Ik zie u graag he zuske vergeet dat nooit’. Nu ik daaraan terug denk was het zo precies van dat hij wist dat hij me nooit meer terug zou zien.
De avond van 25 februari 2005 ging ik naar een fuif met een vriendin en daar kwam ik mijn beste vriend tegen. Die vertelde me dat er een bloedrode maan was en dat er iets ging gebeuren. Toen verklaarde ik hem een beetje zot, maar hij heeft uiteindelijk wel gelijk gekregen. Rond 2uur die nacht was ik heel ziek geworden, en niet door teveel te drinken, want ik had geen alcohol op. We zijn toen naar huis moeten gaan omdat ik me niet zo goed voelde. Ik bleef die avond bij die vriendin overnachten. S’ Morgens kreeg ik telefoon maar ik sliep nog. Dorien, die vriendin, maakte me wakker en vertelde me dat mijn telefoon afging. Ik keek ernaar en ik zei : ‘Dat is mijn ma, laat dat maar, dat is om te vragen hoe laat ze me moet komen halen, ik zal ze straks wel terugbellen’. Dorien antwoordde: ‘ Debby misschien is er wel iets gebeurd zou je toch maar niet opnemen.’ Toen ze dat zei schoot er me meteen te binnen: Er is iets met Didier, mijn broer, hij zal weeral een ongeval hebben gehad. Want hij had er immers al een aantal gehad. Ik nam op en het was mijn zus of mijn mama, dat weet ik eigenlijk niet meer zo goed en die vertelde me dat Didier was omgekomen in een autogeval om 2uur die nacht. Ik wist gewoon niet wat ik te horen kreeg. Ik kon het maar niet geloven. Dorien heeft meteen haar ouders wakker gemaakt en die hebben me naar mijn zus thuis gebracht. Ik weet niet wat me het ergste pijn deed, het gedacht van Didier nooit meer terug te zien of mijn mama daar zo zien af te zien. Die lag daar zo levenloos in de zetel te wenen. Het was een verscheurend beeld. Ik ben meteen in mijn zus haar armen gevlogen toen. En die vertelde me dan ook nog is dat Mike (haar man) op intensieve lag en dat die bij Didier in de auto zat. Dat was nog een klap om te verwerken. Maar ik en Cindy moesten ons sterk houden voor mama. Zo bekeek ik het en we hebben meteen de meeste mensen ingelicht. Dat ging voor mij zelfs zonder te wenen. Ik denk dat ik het toen nog niet zo goed besefte.
Daarna ben ik met mijn zus naar haar man gegaan in het ziekenhuis, dat beeld zal ik ook nooit vergeten… Mijn schoonbroer zag er echt verschrikkelijk uit en het deed zoveel pijn hem zo te zien, maar langs de andere kant dacht ik toen ook , had Didier maar hetzelfde gehad. Didier had ook terug hersteld moeten worden zoals Mike, maar ja het had dus niet mogen zijn.
Na het ziekenhuis ben ik meteen naar vrienden gegaan. Cindy vertelde me dat ik dat moest doen, want dat daar bij haar thuis zitten ook geen zin had voor mij. Dus ik ben daar weggegaan. Van mijn vrienden heb ik heel veel steun gehad. We hebben eigenlijk niet zo over het gebeuren gepraat en gewoon zoals anders gelachen en gebabbeld. Ik had het toen echt nog niet door. Of ik wou het eerlijk gezegd gewoon niet aanvaarden.
Het was op een zaterdag gebeurd en 2 dagen later kwam dus de maandag eraan. Mama, papa en Cindy werden door de dokter thuis gezet maar dat wou ik niet. Ik moest verdergaan. Ik had nog mijn eigen leven en had ook school nodig om mijn zinnen te verzetten. Mijn dokter had wel het school al ingelicht en de meeste van mijn klasgenoten wisten ook al wat er gebeurd was en ik zat toen in een meisjesklas. We hadden maar 1 jongen en ik ben denk ik nog nooit zo goed opgevangen geweest. Ze leefden allemaal zohard mee. Maar eigenlijk had ik dat medeleven niet nodig en vroeg ik hen ook meteen om maar gewoon normaal tegen me te doen. En dat deden ze ook. En zo ging alles gewoon zijn verdere gang.
Een paar dagen later op 5 maart was het zijn begrafenis.
Een moeilijke stap om te zetten. Een pijnlijke dag voor iedereen.
Maar er waren echt zoveel mensen aanwezig wat je wel goed deed voelen in zoverre dat dat kan op zo’n dag. Zoveel mensen die met ons meeleefden. De kerk zat vol, echt bomvol, zelfs de pastoor zei dat hij zo’n begrafenis nog nooit had meegemaakt.
De familie moest achter de kist naar binnen gaan, dat was wel vrij pijnlijk, allemaal ogen op je gericht. Toen had ik het heel moeilijk met de traantjes te bedwingen. Toen we op onze plaatsten gingen zitten kreeg ik het nog moeilijker, want ik zat gewoon plat naast die kist en ik kreeg zoveel zin om die gewoon open te maken en naar hem te kijken en hem nog 1 keer vast te houden en te zeggen dat ik hem zo graag zie en hem heel hard ga missen.
De tijd kwam om ons tekstje voor te lezen in de kerk. Ikzelf ging als 2de, ik had echt iets van het gaat me lukken dat is het enige dat ik nog voor hem kan doen , dus ik ga dat hier is goed gaan doen. Maar toen ik daar stond, iedereen op mij aan het kijken, kreeg ik de woorden er niet meer uit. Het laatste dat ik voor hem kon doen ging gewoon niet. De woorden zijn er al stotterend en wenend uiteindelijk toch nog uitgekomen. Ik voelde me toen zo verloren en wist gewoon niet meer waar ik stond.
Na de begrafenis gingen we naar het kerkhof. Daar moesten we een kruisje geven met zo’n ding over zijn graf en daarna werd hij de grond ingeduwd. Met die gedachte kon ik al niet leven, en ik ben daar meteen weggelopen. Mijn meter kwam me toen achterna en heeft me toen kunnen kalmeren. Vanaf dat moment heb ik beslist NOOIT meer kom ik terug naar dit graf. En dat is dan ook nooit meer gebeurd, ja 1 keer toen met de herdenking toen hij 1 jaar gestorven was. Dat was ook wel een mooie gebeurtenis. Toen hebben we ballonnen voor hem opgelaten en heeft men zus een tekstje voorgelezen. En daar heb ik dan wel voor zijn graf moeten staan , maar heb er gewoon met mijn rug naartoe gestaan. Ik kon en ik kan het nog altijd niet van daar voor zijn graf te staan. Ik heb altijd de neiging dan van die eruit te gaan halen. Didier hoort daar niet.
Soms ben ik echt zo kwaad op hem, eigenlijk eerder gewoon kwaad op het leven… vooral in het begin was dat omdat hij me had achtergelaten. Ik die hem soms zo nodig had. Ik kon daar toen echt niet van over, ik kon dat niet begrijpen dat hij nooit meer zou terug komen en me nooit meer zou kunnen helpen met iets. En ik was ook zo kwaad omdat hij zo vaak door het oog van de naald was gekropen en vroeg me af : Waarom deze keer niet?
Nu is die woede wel al wat voorbij … Ik begrijp het meer en meer maar mis hem wel nog steeds. Er zijn veel momenten die hij niet zal meemaken. Belangrijke stappen in mijn leven. Ik ben het jaar nadat hij gestorven was een sportrichting gaan volgen, dat kon ik hem niet zeggen. Ik heb ondertussen een relatie gehad van een jaar en half. Ik had hem zo graag die jongen voorgesteld, maar heb het nooit kunnen doen. Nu zit ik op de universiteit in mijn eerste jaar psychologie, dat kan ik hem niet zeggen. Als ik later trouw, de trouw van mijn zus heeft hij bijgewoond, maar bij mijn trouw zal alleen zijn geest aanwezig zijn. En gaat die blijde gebeurtenis toch een beetje triestig worden. Ook als ik kinderen en zo krijg. Maar ja als ik daaraan denk dat maakt het me toch allemaal soms een beetje moeilijk. Ik kan het wel tegen mijn mama, papa en zus zeggen maar toch je hebt die broer gehad en daar wil je het ook mee delen. En ik schrijf het wel allemaal naar mijn broer, want ik heb een heel boekje al vol naar hem geschreven, maar hij antwoord wel niet meer. Ik voel wel wat hij gaat zeggen, maar het is toch allemaal niet hetzelfde. Ik zou hem zo graag nog is willen vastpakken en zo…
Die dingen gaan wel altijd blijven natuurlijk zo het gemis… maar je leert er wel mee leven vind ik. Je gaat de dood gaan aanvaarden. Ikzelf kan er nu wel goed mee leven. Er zijn nog maar weinig momenten dat ik echt wegdrijf in het verdriet. Nu denk ik meer aan de leuke momenten die ik met hem heb gehad. En dat zijn er een pak. En ik vind het ook beter van dat te doen, dan zitten te denken pff was je nog maar hier. Hij komt toch niet meer terug en daarmee moet je echt leren leven, hoe moeilijk en pijnlijk het soms ook is.
En ik vind ook nadat je zoiets ergs hebt meegemaakt je daar sterker door word.
Ik kan nu veel beter een tegenslag verdragen en denken och er zijn erger dingen als dat. Wat ik wel nog steeds heb en soms wel erg vind is dat als andere mensen gaan klagen over iets. Over bijvoorbeeld dat hun zus of broer lastig deed, dan denk ik zijt blij dat je ze tenminste nog hebt.


Hannah

Ik ben Hannah, bijna 18 jaar.
Ik woon samen met mijn papa in Geel, op een appartement, soms gaan we naar de vriendin van mijn papa (An), die in Turnhout woont, samen met haar twee zonen, Jasper en Ruben. Beide zijn ouder dan mij, ik ben dus het kleintje en ik vind dat wel fijn.
Mijn papa en zijn vriendin zijn al 12 jaar samen, dus voor mij is dit een normale gezinssituatie.
Voor mijn twaalfde heb ik altijd bij mijn mama gewoond, maar ze was meer een vriendin dan een mama voor me, we gingen overal naartoe, hadden veel plezier, het was dus dikke fun met haar. Maar dat was niet echt wat ik nodig had, achteraf bekeken.
Ik heb mijn mama verloren toen ik twaalf was, aan kanker, borstkanker.
Het was een verschrikkelijk harde strijd, voor ons twee.
De diagnose werd gesteld toen ik net twaalf was geworden, ik had meteen beslist om bij mijn papa te gaan wonen, gelukkig begreep mama dat.
Ik belde haar elke dag, zocht haar op zoveel ik kon. Tot ze in de zomer, in augustus, zo ziek werd, ze had steeds hoofdpijn, en hoofdpijn, dus ik had de spoed opgebeld, daar hebben ze mij vertelden dat ze “plekken” op haar hersenen had, kanker dus!
Toen wist ik dat het afgelopen was, ik ben haar nog een paar keer gaan opzoeken, maar het was te moeilijk voor me, ik durfde niet meer gaan uit schrik dat ze zou sterven als ik er bij was. Telkens ik ging deed het ontzettend veel pijn, en durfde ik niets te zeggen. Dus een zeer gespannen sfeer, vooral omdat mijn grootouders me aanporde om iets te zeggen, om haar vast te nemen. ik kon het gewoon niet.
Tot ik op 23 oktober 2002 om half 6 ’s avonds het gevreesde telefoontje kreeg; mama was overleden Het was alsof er een druk van mijn schouders was afgevallen, zo opgelucht was ik.
We zijn onmiddellijk naar het ziekenhuis gereden. Wat er in mij om ging toen, dat weet ik eigenlijk niet zo goed meer, ik weet alleen dat ik blij was dat ze niet meer moest afzien.
In het ziekenhuis aangekomen, was mijn oma, opa, oom en tante daar, ze hebben mij zo goed mogelijk opgevangen, maar ik was 12 dus voor mij drong het totaal niet door dat mijn mama er niet meer was. Juist een week nadien was het de begrafenis, ze was zo mooi. Ik mocht 2 liedjes kiezen, omdat mijn mama zo van reggae houd heb ik, ‘no woman no cry’ en ‘one love’ van Bob Marley gekozen. Ook had ik een tekstje geschreven voor mama, recht uit het hart, iedereen was aan het huilen toen ze het hoorden.
Toen het dagelijkse leven terug begon ben ik in een soort van put gevallen. Ik wilde niet meer leren, omdat ik het nut er niet van in zag. Toen hebben mijn tantes mij een beetje geholpen en ben ik toch mijn tweede jaar middelbaar doorgeraakt, met hakken over de sloot weliswaar.
Mijn derde jaar is dan totaal de mist in gegaan en ben ik moeten blijven zitten, mijn eigen schuld hoor. Ik wilde immers niets meer, wat was mijn leven zonder mama.
Ik was zo verdrietig, maar tegelijkertijd verdrong ik alles. Ik wilde alleen maar plezier maken en niets anders doen als dat. Toen ik mijn derde jaar dubbelde ging het een beetje beter, en begon ik me weer als een normale tiener te gedragen. Ik ben ook naar een zelfhulpgroep gegaan, en ik kwam voor de eerste keer naar Missing You. Hier heb ik veel steun gekregen van jongeren die hetzelfde hebben meegemaakt, want met je klasgenoten is het toch net iets anders.
Vorig jaar ben ik terug een beetje in de put geraakt vanwege het verlies van mijn mama, ik miste haar zo fel dat ik door het verdriet een darmontsteking opgelopen heb. Dat was wel een mindere periode , maar nu ben ik er bovenop, doordat ik terug naar een hulpgroep ben gegaan en daar ook weer steun heb gevonden.
Nu vind ik vooral steun bij mijn papa, en de rest van de familie.
Ik heb ook een enorm steunende vriend gevonden, die altijd naar me wil luisteren.
En als ik me eens slecht voel, dan zonder ik me af, of bel ik mijn vriend op, die nu  in Zuid Afrika zit  voor 8 maanden, en die luistert dan naar me.
Of ik vraag papa of we samen iets leuks gaan doen en dan kan ik mijn gedachten eens verzetten.
Het moeilijkste is voor mij het gemis, als er iets belangrijks staat te gebeuren, bijvoorbeeld dit jaar studeer ik af aan het middelbaar en mijn mama gaat dat niet kunnen zien. Ik had mijn eerste vriendje, en mijn mama was er niet om het haar te vertellen.
En nog van die dingen.
Wat ik nu op dit moment nodig heb is gewoon mensen die af en toe eens naar me luisteren, en die heb ik wel, goede vrienden, en mensen rondom me.
Dat is het belangrijkste nu.
En ik heb 1 ding geleerd uit heel deze ervaring, niets is zo erg als op het eerste zich lijkt, ik heb enorm leren relativeren.