Getuigenissen van jongeren tijdens de Jongerendag «MISSING YOU»
zaterdag 25 november 2006 in CC De Romaanse Poort te Leuven


Els

Mijn mama werd ziek toen ik 13 jaar was, kanker.  Na vele onderzoeken bleek dat het “enkel” borstkanker was nadat er eerst werd gevreesd voor vele uitzaaiingen.  Zo werd ook meteen de toon gezet naar hoe wij thuis omgingen met kanker.  In zoverre mogelijk werden de positieve dingen eruit gehaald.  Natuurlijk was het niet allemaal  rozegeur en maneschijn, want moeke kon plots niet meer koken, was misselijk van de chemo, en vooral wetende wat kanker inhoudt, is er een last te dragen.
Je kent natuurlijk wel héél véél gevallen waarbij er genezing is, maar toch, dit zijn maar kansen. En mijn grootmoeder, mama van mijn moeke, was gestorven aan uitgezaaide borstkanker na een lange strijd.  Ik reageerde vrij bot en vol agressie met alles wat met thuis te maken had.  Daarbuiten was ik wel het zonnetje.  De mensen waren verwonderd hoe goed ik met het kanker-feit kon omgaan, niet wetende dat ik thuis de rebellerende puber was.
Na een jaar echter werd de behandeling ‘succesvol’ stopgezet.
Moeke ging haar droom waarmaken en werd tuinvrouw. Iedereen ging mee in haar enthousiasme toen ze een maand na de laatste chemo al in hofjes bezig was.
Drie jaar heeft het geduurd, met daartussen telkens wat angst als het tijd werd voor een onderzoek.  De drie gelukkigste jaren van haar leven, want ze wist hoeveel geluk ze had en kanker had toch een innigere band in ons gezin geschapen!
Drie jaar later kregen we een benauwd telefoontje na een controle-onderzoek, Directe verdere onderzoeken waren noodzakelijk.  Ik herinner me nog goed de dag van dat telefoontje, de onmacht en de agressie, want waarom nu weer bij ons.  De diagnose luidde ‘botkanker’, en was meteen véél angstaanjagender want hervallen is nooit een goed teken.  Alles werd ‘omgedraaid’ in ons leven, om het moeke zo aangenaam mogelijk te maken.  Ik moest nog veel zelfstandiger worden.
Maar ik bleek er ook véél beter mee overweg te kunnen.  Ik kon verder zien dan de ziekte en zag na een tijdje moeke al terug gezond worden.  Maar het ging niet zo, stilletjes aan begon het erger te worden.  Moeke verzwakte, moest regelmatig naar het ziekenhuis, en alles werd nog  tastbaarder door een ziekenbed in de living.
Pas echt erg werd het als het nietszeggende plots werd uitgesproken, dat moeke nooit meer ging genezen.  Je past je aan aan de manier van leven, het wordt moeilijk nog de realiteit te zien van het leven zonder kanker.
Na 2 jaar en half ziekte, besloten moeke en de doktors dat het enkel nog meer belastend zou zijn verder te behandelen en dat het toch geen nut meer kon hebben.  De levenskwaliteit bleef hoger,…Daar ben ik letterlijk gekrakt, al mijn angsten en de eenzaamheid die ik de eerste maal voelde en de agressie kwamen boven.  We wisten niet exact hoe lang nog, maar het was waarschijnlijk minder dan een jaar. 
Op dat moment begin je heel anders te leven, … ik heb hulp gezocht bij een psycholoog, want ik wilde de tijd die nog restte niet verspillen door mijn angst.    En achteraf gezien ben ik héél blij, want zo ben ik dichter dan ooit naar moeke toe gegroeid.  Dat naar elkaar toegroeien is anderzijds wel heel dubbelzinnig, want je weet ook hoe liever je iemand ziet, hoe harder het afscheid en hoe groter het gemis wordt. 
En nog steeds werd alles zo positief mogelijk bekeken.  Moeke was daar echt een held in, zelfs als dat betekende dat ze een hele week moest rusten om een dagje ergens heen te kunnen, werd dit gedaan.  Mensen die haar een bezoekje brachten en verbaasd waren werden zelfs door moeke getroost en gesust ipv andersom.
Door zowel met de psycholoog als met moeke te praten werd de dood een deel van ons leven.
Soms is het heel moeilijk zo te leven, want je weet dat moeke gaat dood gaan, maar je kan er toch niet elke dag aan denken?  Je kan niet elke keer, na elk weekend afscheid nemen met het gedacht: hoe lang nog?
Ondanks het feit dat we rekening hielden met de dood, was de eerste keer dat moeke héél snel een behandeling nodig had, omdat het anders fataal was, toch echt nog onverwacht.
Toen besloot moeke alles nog véél praktischer te regelen: de begrafenis werd georganiseerd en ze heeft zelf haar eigen simpele doodskist gekozen.  De teksten werden besproken, alles werd in detail klaargemaakt en ook over het leven na moeke werd heel bewust gesproken, Dit maakte het voor ons misschien net iets makkelijker.
Moeke werd alsmaar regelmatiger opgenomen in het ziekenhuis. 
Wat een alledaagse keer leek is plots veranderd.  Het ging snel achteruit en we hadden door dat dit niet één van de zovéle keren was.  Snel kregen we het geregeld dat een bevriende pater de ziekenzalving heeft gedaan in ons gezin.  Dit verliep heel intiem, rustig en sereen…een moment dat ons gezin echt samen hoorde en waaruit we samen kracht putten om verder te gaan. 
Daarna ging het dag na dag zichtbaar achteruit.  Elke dag had ik schrik als ik naar het ziekenhuis moest.  Hoe zou het nu zijn met moeke?  Was ze weer achteruit gegaan?  En tussen de bezoeken aan het ziekenhuis door ging ik naar de les en werkte ik voor school want het waren bijna examens.  Ik was na een paar dagen echt op het einde van mijn Latijn.  En toen iemand in mijn klas de opmerking maakte: “ amaai, jij ziet er ook echt niet goed uit”, was ik serieus op mijn tenen getrapt.  Iedereen wist wel dat mijn moeke ziek was, maar niet dat het nu echt in zijn laatste fase was.
Toen ik zei: “laat me met rust”, en hij dat niet deed, heb ik –totaal uitgeput en gefrustreerd- zeer luid gezeg: “nee het gaat niet, mijn moeke ligt op sterven”, dus ik denk wel dat ik reden heb hé.   Een heel moeilijk moment, zeker aan de reacties te zien, maar dat maakte wel dat ik vanaf toen meer steun aan mijn klas had en begrip, en nadien niet meer aan iedereen individueel moest gaan uitleggen hoe het zat.
Vrijdag middag was het héél slecht en toen ik die namiddag telefoon kreeg verbaasde het me niet.  Ik moest direct naar het ziekenhuis.  Daar was iedereen van ons gezin en twee van moekes beste vriendinnen.  Veel andere mensen waren die week al op bezoek gekomen om afscheid te nemen, een heel zware taak.   Moeke had steeds meer pijn, steeds minder goede en bewuste momenten, en vooral veel slaap.   Alles was in orde voor euthanasie, maar die keuze kon ze niet maken, ze kon het niet aan afscheid te moeten nemen, zelf de keuze maken uit het leven te stappen, ook al resten haar nog slechts enkele dagen.   De dood was voor haar niet zo erg, maar haar kinderen achterlaten, dat vond ze het zwaarste. 
Samen met de doktor heeft ze dan beslist om in slaap te gaan, en waarschijnlijk niet meer wakker te worden, want de strijd was te zwaar en de pijn te erg.
Dus we wisten heel concreet, dit is ons laatste bewuste moment samen.  Hoewel ze die dag een heel zware dag had, werd het plots verlicht.
‘s Maandags hadden we haar favoriet champagne met aardbeitjes nog gesmuld, en haar vriendin had dit mee.  Eerst leek dit helemaal niet meer het moment, maar plots kon het.  We hebben met ons allen samen gedronken en nog aardbeien gegeten.  Moeke zei zelfs nog, amaai geen tweede glas straks sta ik op mijn kop.  En we moesten natuurlijk lachen, in zo’n gespannen moment, want die opmerking op die moment deed er helemaal niet meer echt toe.
Daarna is iedereen om de beurt alleen bij moeke geweest, ik had niet echt iets meer te zeggen want ik had dit de laatste maanden al gedaan.  Ik heb nog gezegd dat ik haar graag zag, en moeke kon plots bijna niets meer zeggen, drukte alleen nog een kus op mijn wang.
Dit is een van mijn echt mooiste herinneringen, ik had nooit gedacht dat afscheid nemen zo mooi en rustig kon zijn!
Daarna is ze in slaap gevallen.
Twee dagen later kreeg ik telefoon dat moeke rustig gestorven was.
Een heel dubbelzinnig gevoel: het maakt alles zo finaal, definitief, ook al weet je dat dat het beste is want dat haar lijden ondraaglijk was.  En zo verder leven kon toch niet. 
De volgende week was zo gevuld met het regelen van praktische dingen, maar de begrafenis was prachtig:  immens veel volk, immens veel liefde en gewoon een prachtige sfeer nog helemaal in moekes aard.
De tekst die ik toen heb voorgelezen was echt mijn afscheid naar moeke en ik was trots op mezelf dat ik er zelf in geslaagd ben die voor te lezen.Ook de assen werden op zo’n symbolische plaats uitgestrooid, in haar lievelingsrozenplant, enkel met ons gezinnetje.  Als we uit het keukenraam zien, kijken we naar de plant, het past zo bij haar en voelt zo natuurlijk aan.
De dag was vlug om!
Maar het waren examens, dus de dag erna ben ik beginnen studeren.   Ik dacht nooit dat het ging lukken, maar het is me gelukt.  En toen ik het papiertje in mijn handen kreeg van geslaagd, begon ik immens te huilen.  Want de enige persoon aan wie ik het wilde vertellen, was er niet.  Ik was zo blij, en tegelijk miste ik op dat moment moeke zo hard.
Zo volgden er nog veel momenten, dat je dacht , dit moet ik vertellen, dit wil ik kwijt, maar je kan het niet.
De vakantie daarna was zo’n opluchting, te leven zonder kanker, zo lang was dat geleden.  Ik leefde volop en dacht niet aan moekes dood.  Tot het school terug begon. Toen werd ik zo boos, hoe kon de wereld verder gaan, terwijl voor mij de wereld zo was veranderd.
Ik wist dat ik terug moest onder ogen zien, dat ik moeke miste en er mee moest omgaan en niet het negeren.
Vanaf het moment dat ik naar Missing You ben gekomen, kon ik huilen, en ik kon het dan misschien niet tegen mensen die me dierbaar waren zeggen, maar ik verwoordde het tenminste al bij hen.  Helemaal niet makkelijk, tegen veel mensen kon ik het verhaal droog zeggen zonder te wenen.  Daar niet, ik begon meteen te wenen, ik was verbaasd hoeveel opgekropte gevoelens er nog in me waren.
Stilletjes aan kon ik het ook tegen bepaalde vrienden zeggen, maar thuis helemaal niet.
Thuis  was zo anders, mijn oudste zus was alleen gaan wonen, en vake en mijn jongste zus leken er zo goed mee te kunnen omgaan.  Was ik de enige met zo’n problemen?
En ook was ik zo gewoon om alles tegen moeke te vertellen, en plots die persoon te moeten veranderen is aartsmoeilijk.  Moeke snapte ook mijn subtiele tekens als het minder ging, vake helemaal niet.
En andere mensen bleven wel vragen hoe het met me ging, hoe het met iedereen in ons gezin was, maar ik wou hen niet belasten met mijn verdriet, en wou het eigelijk niet kwijt want het was MIJN verdriet. 
Uiteindelijk heb ik  tegen kerstmis af een mail naar vake gestuurd, omdat ik kerstmis helemaal niet zag zitten. 
Die eerlijke mail is heel goed beantwoord. Direct erna kreeg ik telefoon om te bedanken voor mijn mailtje en ben ik eindelijk beginnen praten met mijn papa.  Kerstmis viel heel goed mee, ik had het moeilijk maar het was gezellig in het gezin. Vake deed moeite om sfeer te maken ondanks iedereen er met zijn gemis toch kon zijn.
Veel van zo’n momenten volgden, moederkesdag, heel de week al op de radio, moeder dit moeder dat, het laatste wat ik wou horen.  De dag zelf ben ik gewoon in tranen uitgebarsten, maar ik kon het tenminste toch tonen, door de eerlijkheid die er tussen ons was gekomen.  Ook met mijn zussen kon ik praten,…niet zo duidelijk en minder frequent, we praten wel over moeke, maar niet over hoe we ons daarbij voelden.  Toch zijn er enkele momenten geweest.  Meestal begon het met een ruzie, en op het einde zaten we daar dan, te wenen en te zeggen, maar ja, ik doe dat wel omdat ik bezorgd ben, of jah, ik mis moeke ook wel hé…Maar heel vreemd dat we daar eerst een explosieve ruzie voor nodig hadden om het aan elkaar te kunnen toegeven. 
Vooral daar heb ik troost uit geput, samen met enkele goede vrienden.  Meer heb ik niet nodig, het is soms wel fijn dat je van mensen wat aandacht krijgt voor je verlies.  
Maar ook de positieve dingen, zoals mensen die heel eerlijk zijn en zeggen amaai dat doet mij nu aan Ann denken.  Of  nog één van de mooiste dingen, een vriendin die me een sms-je stuurde, ze wist dat ik het moeilijk had, niet met zielig medelijden, maar gewoon heel simpel.  Els denk nog eens aan het mooie moment dat je vorige winter had met je mama, een dagje naar de Ardennen.  Natuurlijk rollen de tranen dan over je wangen, maar dan wel van blijdschap dat je dat moment nog zo goed herinnert. 
Wat ook goed was, waren de mopjes die soms gemaakt werden, misschien voor andere grof, maar voor ons gewoon een manier om er mee om te gaan, want moeke was niet ver weg, ze was heel dicht, en ze blijft een deel van ons leven!
In kleine tekentjes gaan we er mee om.  Zo werd er in ons tekstje op het kerstkaartje naar moeke verwezen:  een jaar na moekes dood werd er geen herdenkingsmis gedaan, maar een kaartje verstuurd van de rozenstruik waar ze was verstrooid en die volop in bloei te zien was.
Een ander moeilijk punt was:  vake kreeg een nieuwe vriendin, relatief vlug, een half jaar nadien.  Hij was er wel heel open over, en vergeleek ze helemaal niet met moeke.  Hij zei heel concreet dat hij het zelf nog heel moeilijk had om met het verlies van moeke om te gaan, en dat hij haar nog steeds graag zag, maar dat Gina, de nieuwe vriendin,  ‘naast’ moeke stond. 
De eerlijkheid en openheid zijn voor mij heel goed geweest, veel makkelijker te aanvaarden dan ik had gedacht.  Gina lijkt ook helemaal niet op mijn moeke, en doet zich helemaal niet voor als moeke.
Toch blijft het gek, heb ik moeilijke momenten, en momenten waar ik zo kan op hopen om moeke zo dicht bij mij te hebben.  Ook maak ik praktische oplossingen, deze kerst zou ik alleen met vake en zijn vriendin moeten vieren, dit zou ik helemaal niet kunnen.  Daarom vieren we een paar dagjes vooraf, met nog wat mensen erbij, en kerstavond zelf ben ik bij mijn vriend, zodat het toch een iets makkelijker wordt,…al blijft het een moeilijk moment.
Maar ik aanvaard het, ik heb mijn moeke dan wel maar 20 jaar kunnen hebben, maar die 20 jaar waren wel heel de moeite waard, en het afscheid had ik niet mooier kunnen wensen.


Marianne

Ik ben Marianne, drie jaar geleden verloor ik mijn zus Ilse door zelfdoding. Ik hoop met deze getuigenis het taboe rond zelfdoding een beetje meer te doorbreken. Mijn ouders hebben het moeilijk om haar zelfdoding bespreekbaar te maken maar zelf probeer ik erover te praten. Moesten wij allemaal open staan voor het feit dat er zoveel mensen sterven door zelfdoding, dan zou er misschien iets kunnen veranderen. Het is echt nodig, er sterven teveel mensen op deze manier. Er zou meer moeten gebeuren om zelfdoding te voorkomen. Het zoeken naar aangepaste hulp zou gemakkelijker moeten worden. Er zou méér hulpverlening moeten komen.
Als ik even terug ga in de tijd, 18 december 2003, iets voor vier uur. Bij ons thuis komt er een auto vrij bruusk de oprit opgereden. Het was mijn broer met zijn vriendin. Mijn vader was die dag bij hen aan het werk in het huis dat zij samen gekocht hebben. Ze kwamen binnen en zeiden dat er iets gebeurd was. Ik verstond hen niet goed en dacht eerst dat er iets met mijn vader gebeurd was. Het bleek mijn zus te zijn… Kun je geloven dat ik opgelucht was, dat er niets aan mijn vader scheelde? Kun je geloven dat ik zoiets dacht toen mijn eigen zus lag te sterven? Ik niet…
Achteraf blijkt dat mijn vader naar ons Ilse is toegereden zo snel als hij kon. Haar vriend had haar gevonden en eerst de 100 verwittigd en dan mijn vader. Mijn vader (een verpleger) heeft haar nog proberen te reanimeren, maar toen het urgentieteam kwam konden zij niets anders dan vaststellen dat Ilse overleden was.
Mijn broer kwam mij thuis halen en ons moeder had moeten overwerken die dag en kwam wat later thuis. Samen met mijn moeder die ondertussen  thuisgekomen was zijn we tot bij Ilse gereden. Je kan je dat niet voorstellen. Ze woonden op een appartement en toen we naar boven gingen kwam het verplegend personeel van de kliniek naar beneden. Mijn eerste gedachte was: ,die mensen kunnen echt niet wegsteken dat ze buiten verpleegkundigen ook maar mensen zijn’.  Zo’n dood is echt wel heel pijnlijk. Ik weet echt niet meer of ik gevraagd heb of Ilse in orde kwam of dat ik gewoon dacht van ik moet het vragen. Ik moest niets vragen, ik las het antwoord op hun gezicht. Ilse was er niet meer, en de grond onder mij, die voelde ik ook niet meer. Mijn schoonzus heeft gezegd da’k naar boven moest gaan, ze heeft mij geholpen, ik weet het niet meer, ik geloof wel dat ze schrik had dat ik mij ging laten vallen. Ik had daar zin in, ik geraakte niet meer boven, ik was moe, ik wou schreeuwen. Geen gewone schreeuw, een kreet van verscheurende pijn. Op dat ogenblik is voor de allereerste keer mijn hart gebroken. En het is echt zoals ze het omschrijven. ‘t Is een pijn die door lijf en leden gaat. Ik wil zoiets nooit meer meemaken.
Ik weet niet hoelang ik nog bij Ilse gebleven ben op het appartement. Ik had wel schrik voor mijn grootouders en ben dan ook snel naar daar gegaan om het hun zelf te vertellen. In een kleine gemeente gaat nogal snel alles door en ik had echt schrik dat een vreemde zou gaan vertellen dat er iets gaande was daar waar mijn zus woonde. Ik heb tantes opgebeld om hun te vragen bij mijn grootouders te gaan dat deze niet alleen hoefden te zijn. Achteraf gezien heb ik wel spijt dat ik er niet bij was toen de begrafenisondernemer Ilse kwam halen. Dat zou de laatste keer geweest zijn dat ik haar op haar eigen plekje zag.
De dagen die volgden moesten we de afscheidsviering voorbereiden. We leefden allemaal in een roes. Mijn zus haar vriend, zijn ouders, mijn ouders en ik hebben samen de viering proberen voor te bereiden. Ik ben echt blij dat zelf de ouders van haar vriend nog zoveel kwamen, die waren er echt voor mijn ouders. En nog steeds. En dat terwijl wij schrik hadden dat ze kwaad gingen zijn om het verdriet dat ons Ilse hun zoon heeft aangedaan.
De viering bestond uit gedichtjes die ons Ilse had aangeduid in gedichtenboeken, deze gedichten gingen vooral over sterven, dus we dachten wel dat dat haar bedoeling was. De dienst was echt een afscheid, een laatste eerbetoon aan haar. De muziek, de teksten…
Op zo’n moment dat je zus komt te sterven laat je alles over je heen gaan. Ik herinner me dat ik heel kwaad was op de politie omdat ze zo van die vragen stellen alsof het lijkt dat wij haar dat aangedaan hebben. Natuurlijk doen die mensen ook maar hun werk, ze moeten uiteindelijk toch hun werk doen. Maar we merkten wel verschil tussen die politieagenten. Zo was er een politieagent die echt wel niet kon wegsteken dat hij het lastig had met deze situatie maar er waren ook andere.
Ik was ook heel erg kwaad op mijn zus, hoe kon ze dit nu doen? Hoe kon ze mijn moeder en mijn vader dit aandoen? Er waren zoveel vragen de eerste moment. En langs de andere kant had ik ook iets van ‘je hebt het al zo lang gewild, ik hoop echt dat je nu gelukkig bent’. Maar toch vind ik het niet mooi dat je ons hier achterlaat. Met wie moet ik nu die “zussen-dingen” doen? Met wie moet ik nu gaan winkelen of tegen wie moet ik nu gaan vertellen dat ik een leuke jongen heb leren kennen. Of gewoon nog eens ruziemaken, daarvoor waren we toch zussen!!!
Ik nam het mijzelf ook kwalijk omdat ik die namiddag thuis was van school omdat ik ziek was en had ik gebeld om te vragen of ze thuis was dan had ik het misschien kunnen voorkomen. Realistisch bekeken zou dit als ze al opgenomen of opengedaan zou hebben toch maar uitstel geweest zijn.
Wat mij ook nog bijblijft van kort nadien is dat een meisje van wie ik dacht dat zij toch wel een goede vriendin was, drie weken na de dood van Ilse tegen mij zei:”ben je daar nu nog niet over? Dat heeft toch al lang genoeg geduurd”.
Dat trof me zo diep dat ik sinds die dag geen woord meer tegen dat meisje gesproken heb. Waarom tijd en moeite steken als de mensen je toch niet willen begrijpen en je zo diep kwetsen?
Klasgenoten van toen wisten niet wat ze tegen mij moesten zeggen. Ik kwam weer uit kerstvakantie en ze vroegen hoe de vakantie was geweest. Mijn antwoord was: niet goed, mijn zus is gestorven en boenk, gedaan met het praten, ‘t was stil voor de rest van het jaar. Men weet niet hoe men moet omgaan met iemand die een verlies zoals het onze geleden heeft, maar wij hebben geen ziekte. Wij willen ook nog eens lachen. Ik probeerde ook alleen maar door te gaan met mijn leven, ik heb er nooit mensen mee lastig gevallen, maar toch werd ik gemeden want ze wisten niet wat te zeggen tegen mij. Ze dachten waarschijnlijk dat ik nooit meer mocht lachen.
Ons Ilse is in mijn blok gestorven, dus mijn examens verliepen niet echt heel gemakkelijk. Maar al bij al waren mijn moeder en mijn vader enorm trots op mij als ik met mijn rapport toe kwam. Ik had maar twee tekorten. Voor de rest twaalf of meer. Het jaar daarop wilden ze mij op mijn school geen IAJ toestaan. Ik zat op een katholieke school en heb van in het begin gezegd wat er met mijn zus gebeurd is. Konden ze daar niet mee om? Akkoord, ik heb wat lessen gemist, maar is dit niet normaal na zo een ervaring?
Ik ben dan datzelfde jaar nog veranderd van school en ik merk wel dat ze op deze school zo’n problemen met meer aandacht behandelen. Er zijn er op deze school wel niet veel die het weten van mijn zus maar ik ben wel al bij de vertrouwenspersoon langs gegaan en die reageerde toch menselijk toen ik hem vertelde van mijn zus.
Ik probeer de gedachte aan Ilse vaak  te bannen. Ik bedoel daarmee dat ik probeer niet aan ons Ilse te denken wanneer er andere belangrijke dingen zijn zoals examens  op school enzo. Aan Ilse terugdenken doet nog altijd zo’n zeer, alhoewel dat al serieus verminderd is. Het gaat echt niet zomaar, proberen om niet aan Ilse te denken want onbewust ben ik toch altijd met haar bezig.
Vandaag zien we haar vriend ook nog regelmatig. Natuurlijk wel minder dan vroeger, maar hij heeft ook zijn eigen leven weer opgebouwd. Ik besef dat het heel moeilijk moet zijn voor hem om nog steeds bij ons te komen en ik heb schrik dat daar misschien ooit een einde aan komt. Maar ik hoop van niet. Ik ben enorm blij voor hem dat hij iemand heeft gevonden waar hij zich goed bij voelt. En ook doordat ik zie dat hij voort gaat met zijn leven durf ik ook weer voort te gaan. Tegenover haar vriend heb ik mij altijd het schuldigste gevoeld. Ik vind het zo erg wat ze hem heeft aangedaan.
Wat ook raar is als je jezelf bekijkt en ziet wie je nu bent en hoe je drie jaar geleden was. De gang des levens is dat we evolueren, maar van mijzelf moet ik zeggen dat ik serieus geëvolueerd ben. Ik voel mijzelf vaak veel rijper en volwassener dan andere mensen van mijn leeftijd. Ik kan niet meer tegen iedereen even onnozel doen als vroeger. Ik trek het mij ook veel sneller aan als er iemand grof is tegen iemand anders. Zoals wanneer een leerkracht een student de grond in boort. Ik word daar echt kwaad door. Moesten mensen een beetje vriendelijker zijn voor elkaar en als ze de kritiek die ze hebben op een gewone, opbouwende manier zouden zeggen, het zou veel veranderen. Mensen die aan depressies lijden moet je soms toch beter wat sparen voor de harde wereld. Veel mensen denken nog steeds dat mensen die depressief zijn maar belachelijk doen, dat zij de aandacht willen trekken.
Ik heb veel geluk met de vrienden die ik nu heb, ze aanvaarden mij zoals ik ben, ze nemen mij met mijn betere en slechtere dagen. Ik heb het nu wel maar over enkele mensen.
Ik ben enorm blij met mijn nichtje, zij is nu 17 maand oud, en ze heet Lise, haar naam is gevormd naar de letters van haar tante, mijn zus dus. Ze is echt onze steun, zowel voor mij als voor mijn ouders. Ik ben ook blij dat ik weet dat ik deze middag weer bij dat lief snoetje ben. Ik ben enorm blij dat zij er is.
Er zijn wel mensen die er zijn voor mijn ouders, maar ik heb het gevoel dat de meesten gewoon willen ontkennen wat er gebeurd is. In alle geval, ik heb het gevoel dat niemand nog echt durft praten over mijn zus. Daardoor voelen we ons echt vaak alleen als we verdrietig zijn.
Na al die tijd, ‘k ben er toch vrij sterk doorgekomen. Ik stond van in het begin ook open om er tegen andere mensen over te praten. Ik ging dan ook snel bij de therapeute waar ons iIse ook wel eens bijging.  Deze vrouw heeft mij enorm geholpen, en ik ben blij dat ze er is.
Na ongeveer een jaar ben ik bij de praatgroep van missing you terechtgekomen. Het was lastig in het begin, het haalt heel veel emoties op, net zoals het schrijven van deze getuigenis, maar ik ben enorm blij dat ik het gedaan heb. Dit zijn voor mij allemaal stappen in mijn verwerkingsproces, en stap per stap zal het beter gaan. Maar helemaal over denk ik niet dat het ooit zal gaan…


Ilse

Mijn zus verongelukte met haar auto op 29 mei 2002. Ze was toen achttien en net 3 weken haar de trotse eigenaar van haar eigen rijbewijs.
We waren echte zussen zowel héél veel ruzie als samen op stap gaan deden we. De ruzies deden we braaf thuis.
Die ochtend had ik haar nog aan de telefoon gehad, ze vroeg om haar sollicitatie brief te vertalen. Ze wou voor een maand naar Spanje trekken en daar gaan werken. Ik zei dat ik geen tijd had die avond maar het in die week wel zou doen. Alleen heb ik hem nooit moeten vertalen. Dezelfde nacht stond mijn nonkel voor mijn deur met de woorden “neem uw gsm en uw sleutels, er is iets met Evy”.  Ik zag dat hij tranen in zijn ogen had. Maar ik had niets door. Naar mijn gevoel gingen we gewoon naar het ziekenhuis en zou ik Evy daar zien. Maar ipv richting ziekenhuis ging hij de andere kant op. Ik vroeg wat er was en hij zei dat Evy dood was. Dit klonk hard, en ik kon het onmogelijk geloven. Heb dan ook gewoon de rest van de weg gevraagd waar we naartoe gingen, opnieuw en opnieuw. Telkens gaf hij mij hetzelfde antwoord. We gaan naar uw ouders. Toen we bij mijn ouders de straat inreden viel het op mij dat het blijkbaar wel ernstig was dat ongeluk. Toen ons papa de deur opendeed en er echt een beetje raar bij stond snapte ik het wel. Dit was echt. We hebben daar gewacht, en elke seconde van de klok horen tikken. Tot het eindelijk ochtend werd en we een aantal mensen konden opbellen, zowel familie als onze verzekeringsagent. En eigenlijk kon ik het nog steeds niet geloven, terwijl we een aantal mensen op de hoogte “moesten”brengen. De dagen die volgde kwam er héél veel bezoek thuis. Elke keer als de bel ging hoopte/ dacht  ik dat het Evy ging zijn die even een héél slechte grap had uitgehaald. 
We hebben Evy nog kunnen zien, ze had welgeteld één schram op haar wang. Toch schrok ik enorm en ben ik weggelopen. Tot mijn mama hysterisch riep op mij en mijn nicht me kwam zoeken. Een berg van schuldgevoel viel op mij. Waarom zij en niet ik, ik was degene die geen tijd had om een vertaling voor haar te maken. Ik dacht dat als ik het nu wel had gedaan, dan  dit ongeluk niet gebeurd was. Evy was toch de verantwoordelijke van ons 2, ook al was ze jonger dan ik. Als we op stap gingen zorgde zij dat iedereen veilig thuis was, als we op vakantie gingen koos zij waar we naartoe gingen. Ik viel voor de prentjes in de boeken en Evy keek even verder naar de nuttige dingen. Ik was meteen helemaal verloren. Want in heel veel dingen hielp Evy mij, zij had haar leven echt in de hand, het mijne verliep chaotisch. Nu moest ik het alleen doen. Met daarbij het feit dat er zoveel mensen tegen me zeiden; “zorg goed voor uw ouders”. Hoe kon dit nu, ik kon nog niet eens voor mezelf zorgen.
De begrafenismis hebben we met behulp van de vroegere schooldirectrice van ons Evy opgesteld. Vooral mijn nichten hebben er veel tijd ingestoken. Ze hebben allemaal iets gezocht om te lezen wat ze nog wouden zeggen tegen Evy. Ieder had iets persoonlijks. Ik had zelf een tekstje geschreven. Mijn nicht heeft het helpen voorlezen, alleen kon ik immers nog niks. We gingen te voet naar de kerk, met de fanfare voorop waar Evy lid van was. De akelige dodenmars ging helemaal door mij. Precies of het iemand anders was. Maar niet iemand die ik kende waarvan we afscheid moesten nemen.
Sindsdien ken ik wel mijn echte vrienden, ze waren er dag en nacht, bij elke huilbui en bij elk moeilijk moment. Jaren na elkaar. De familie is sindsdien helemaal uit elkaar gevallen. Hoe het komt weet ik niet, maar ineens gingen we zondag niet meer naar de familie, gingen we niet meer samen op stap met een aantal nichten. Dit laatste hebben we nog 1 keer geprobeerd, maar het lege plaatsje viel té fel op. We hadden familiefeesten van 70 mensen aanwezig, maar d’r waren 4 nichten die er voor me waren. De andere 66 konden alleen maar zeggen dat ik meer aan mijn ouders moest denken.
Na een week ging ik terug werken. Het viel mee, maar steeds vaker bleef ik gewoon thuis. Vooral na ongeveer een maand, want ze ging normaal toch een maand weggaan. Ik verwaarloosde mijn werk en werd als gevolg ontslagen. Ik voelde me voortdurend schuldig, kwaad, verloren, ambetant, soms werd ik zelfs enorm boos op Evy omdat ze mij naar mijn gevoel in de steek had gelaten, terwijl ze er helemaal niks kon aan doen. Onmacht en onbegrip kwamen op me af. Telkens ook hoop, wanneer komt Evy terug? Ik kwam nauwelijks nog buiten, enkel onder dwang van een aantal vrienden. Die momenten probeer de ik zo snel mogelijk door te krijgen met behulp van een beetje te veel alcohol zodat ik toch naar huis kon. Mijn bed werd die periode voor mij m’n beste vriend. Dit was nimmer leuk, niet voor mij, noch voor mijn vrienden. Ze waren bezorgd en ik vond dat ze een ferm stukske ambetant deden. Om het een beetje minder zwaar te maken ging ik in therapie. Het voordeel aan mijn therapeut is dat ze meteen zei, ik kan alleen maar luisteren, je gaat zelf op zoek moeten gaan. Ze wou het proberen te begrijpen , maar ze wist niet echt wat het was. In combinatie met haar ging ik naar de Missing You praatgroep. Dit was nog moeilijker. De eerste keren was het echt elke keer opnieuw met een bang hartje. Want zoveel gevoelens kwamen op mij af. De eerste keer dat ik ging was Leen er, ik hoorde haar vertellen en bewonderde haar zo door wat ze allemaal bereikt had na het overlijden van haar vriend. Nadien vroeg ik aan haar dan ook, hoe kan ik ook daar zo mee omgaan zoals jij. Het enige wat ze zei is dat ik zelf moest gaan zoeken. Met mijn therapeut heb ik geleerd om te zoeken naar wie ik ben, en wat ik wil. Alles was ineens zo anders. Elke week vroeg ze, en wat gaan we deze week doen. Ook al kwam er niks van terecht, ik maakte tenminste de plannen al terug.  Tijdens mijn verblijf in de broeders Alexianen leerde ik terug dingen doen die ik leuk vond, maar vooral die ik van mezelf leuk mocht vinden, om momenten in te bouwen nog samen met Evy. Daar heb ik ook geleerd dat mijn vrienden “terecht” bezorgd waren.  Mijn schuldgevoel was te groot, en een antwoord op de vragen ‘hoe’ en ‘waarom’ kwam er niet. Ik moest en zou daar een antwoord op hebben , pas dan wou/kon ik verder. Die vragen heb ik nu nog steeds, maar heb ondertussen na 4 jaar wel geleerd om beter voor mezelf te zorgen. De momenten waar ik wil stil staan bij ons Evy zijn nu door mij bepaald en niet meer overheersend. Dit is nu rustig elke avond een paar min dat ik haar iets schrijf. Heel raar in ’t begin. ’t Is meestal nog steeds met vallen en opstaan. Elke moeilijke keuze vraag ik of ze me even wil helpen.  Nog steeds vind ik het moeilijk om naar de favo liedjes van Evy te luisteren, eender waar ik ben ik wil er weg. Ik durf het nu ook zeggen als ik ergens niet wil zijn.  De moeilijke dagen plan ik verlof. Zoals rond haar verjaardag of herdenking. De feestdagen wil ik dan weer zoveel mogelijk werken. Hierin heb ik een tussenweg gevonden.
Zoveel dingen die ik nog aan Evy wil zeggen, maar vooral dat ik haar heel erg mis.


Sandra

Niemand heeft ervoor gekozen.. Niemand kiest ervoor om geconfronteerd te worden met de schaduwzijde van het leven, waarbij vrolijkheid en onbezorgdheid noodgedwongen plaats moeten maken voor gevoelens die met woorden nauwelijks te bevatten zijn.  Niemand kiest ervoor...maar in het leven heb je het niet steeds voor het kiezen..
Niemand kiest ervoor om plots geconfronteerd te worden met de brokstukken van zijn leven, en verteerd te worden door herinneringen aan hoe het was, het wrange verlangen om wat had kunnen zijn.. Niemand kiest ervoor om vertrouwen en hoop in te ruilen voor onmacht en verdriet..
Niemand kiest ervoor...maar in het leven heb je het niet steeds voor het kiezen..
Niemand kiest ervoor om zijn glimlach in te ruilen voor een traan.  Zeker niet in onze wereld, waarin sterk zijn en presteren steeds meer als belangrijkste waarden worden gehanteerd, en authentieke gevoelens en kwetsbaarheid al snel misbegrepen worden en gezien als teken van zwakte. Onze wereld, waarin al snel verwacht wordt dat je je moet 'herpakken' en doorgaan.  Weinigen die begrijpen dat dit niet vanzelfsprekend is, nog minder zijn er die kunnen bevatten dat je die pijn ook niet snel wil loslaten, dat niet iedereen zo snel toe is aan een leven dat 'moet' doorgaan.. Het leven lijkt stil te staan, terwijl dat van anderen enkel maar voortraast. Niemand kiest ervoor om zijn pijn als het ware te koesteren..
Niemand kiest ervoor...maar in het leven heb je het niet steeds voor het kiezen..
Niemand kiest ervoor om te ervaren dat er plots en onverwacht bitter weinig kan overblijven van het leven dat je had en koesterde..tot de vaststelling te komen dat de verbondenheid met familieleden minder vanzelfsprekend blijkt dan gedacht, te moeten ervaren dat vriendschap in tijden van nood veel te vaak een oppervlakkig begrip blijkt en plaats maakt voor onbegrip.  Niemand kiest ervoor om te huilen in een wereld waarin tranen anderen sneller lijken af te schrikken dan dat ze een aanzet zijn tot begrip en troost. 
Niemand kiest ervoor..maar in het leven heb je het niet steeds voor het kiezen..
Niemand kiest voor het allesoverheersende verdriet om wat was, de verlammende angst om wat nog moet komen, het verschrikkelijke gevoel dat de grond onder je voeten wordt weggerukt en je alleen en hulpeloos achterblijft.. De zoektocht en het verlangen naar troost, begrip, warmte, geborgenheid, steun en geduld blijkt al te vaak vruchteloos..je verlangen naar reisgenoten die je willen begeleiden op je huidige en verdere levensweg al te vaak onvervuld..
Niemand kiest ervoor...maar in het leven heb je het niet steeds voor het kiezen..
Niemand kiest ervoor om iemand zo te moeten missen dat het pijn doet.
Niemand kiest ervoor...maar in het leven heb je het niet steeds voor het kiezen..
Dan is het goed dat er mensen zijn die er wél bewust voor gekozen hebben om je in dit moeilijk proces, in jouw realiteit, bij te staan.  Die je trachten te helpen woorden te vinden, betekenis te geven, de pijn te uiten,.. .  Mensen die hierdoor niet afgeschrikt worden, niet wegkijken.  Mensen die jou jezelf laten zijn.
Missing You verenigt elk jaar kinderen en jongeren die er niet voor gekozen hebben, met mensen die er wel voor gekozen hebben.  Kinderen en jongeren met pijn worden samengebracht met mensen die troost willen bieden.
Net zoals op 25 november ll., toen in Leuven enkele tientallen jeugdigen samen kwamen om – temidden van deze hektische, voortrazende wereld – een dag stil te kunnen staan bij wat voor hun een essentieel onderdeel van hun realiteit is. Misschien anders dan je zou verwachten, werd het geen zwaarmoedige dag waarin enkel plaats was voor verdriet en ellende, geklaag of gezeur..integendeel! 
De ontmoetingsdag is een dag met een hoopvolle, positieve boodschap.  De ontmoetingsdag reikt je een warme, koesterende omgeving aan waarin iedereen zichzelf kan en mag zijn, met zijn eigen chaotische waaier aan gevoelens, met zijn eigen verhaal. Een omgeving waarin iedereen welkom is, een omgeving waarin alles kan en niets moet.  Woorden en stiltes bestaan er naast elkaar. Een omgeving ook waarin – voor enkelen 'eindelijk' – eens niet wordt getracht iets te veranderen aan je gevoel en gewerkt wordt aan het 'herpakken' van jezelf, maar waarin gevoelens en verhalen bestaansrecht krijgen en er mogen zijn, zonder meer.. Een plek ook, waar naast het verdriet en de pijn, ook ruimte bestaat voor een lach en vrolijkheid, hoop en vertrouwen. Lachen kan je het makkelijkst bij die mensen die er ook voor je zijn wanneer je het moeilijk hebt.. 
Missing You staat voor warmte, begrip, troost, geborgenheid, steun, samenhorigheid, respect, geduld, rust en sereniteit.  
In het leven heb je het niet steeds voor het kiezen..maar je kan er wél voor kiezen om naar de Missing You ontmoetingsdag te komen..!
Met oprechte dank aan de organistoren en deelnemers voor hun warme aanwezigheid.