Getuigenissen van jongeren tijdens de Jongerendag «MISSING YOU»
zaterdag 26 november 2005 in CC De Romaanse Poort te Leuven
Bart
Ik ben Bart en ik heb één broer. Mijn broer noemt Gert en is zeven jaar ouder dan ik.
Vermits hij zeven jaar ouder was dan ik, is dat wel een generatieverschil. Onze vriendenkringen waren verschillend. We gingen nooit vaak weg, en meestal ging ik naar één of andere fuif, terwijl hij met zijn vrienden op café ging of naar een discotheek. En als ik hem eens tegen kwam, had ik hem soms niet direct herkend.
Nu iets meer dan twee jaar geleden heeft mijn broer aan zelfdoding gedaan, niets bleek dat hij tot zoiets in staat was. De dag ervoor hebben we samen zitten lachen, en was hij heel gelukkig. Hij ging samen met een meisje uit en dat moet slecht zijn afgelopen. Toen ik de volgende dag ’s avonds thuis kwam met mijn moeder, was enkel mijn vader thuis. Hij dacht dat ons ma tegen de muur was gereden omdat hij een slag hoorde. Misschien is er boven iets gevallen, dacht ze en ze ging kijken op hun kamer en op die van mij, maar zag niets verdachts. Dan ging mijn vader op zolder zien. Ik hoorde hem heel luid schreeuwen op mijn broer, hij was erg in paniek. Eerst dacht ik dat hij mij bedoelde, want hij haalt nogal onze namen door elkaar. Ik liep naar boven maar net voor ik op zolder arriveerde, wist ik het. Ik zag mijn vader op de trap liggen en hij praatte tegen mijn broer. Het eerste idee was, “dit gaat heel mijn leven beïnvloeden”, en ik liep naar beneden. Ik belde onmiddellijk naar de 100, om dat “ik denk dat mijn broer zelfmoord heeft gepleegd”. Denken, want ik kreeg het niet over mijn lippen dat hij het echt heeft gedaan. Vervolgens heb ik mijn ouders wat willen kalmeren en hen zeggen dat het een beslissing van hem is. Daarna zijn de ambulancediensten gearriveerd en vervolgens mensen van het parket en politieagenten.
Omdat mijn moeder herhaaldelijk zei dat Gert zijn Sacramenten nog niet gehad heeft, heb ik dan het telefoonboek genomen en de pastoor van Wolvertem gebeld om te vragen of hij niet kon komen. Maar die stemde onmiddellijk toe, “Natuurlijk kom ik onmiddellijk.” Mijn vader belde naar enkele familieleden en vrienden van mijn broer om hen te verwittigen.
Ik belde naar twee vrienden om mijn hart te luchten. Eén van die vrienden was naar de Proms geweest die dag. Ik zei tegen hem “Doe jij eerst maar uw verhaal, want als ik eerst vertel zal jij wel te geschokt zijn om nog iets te kunnen vertellen.”
Mijn broer had twee afscheidsbrieven geschreven, ééntje naar een goede vriendin, en een kortere versie gericht aan mijn ouders en mij. Daarin vertelde hij dat hij zich mislukt voelde, en ons niks verweet.
De eerste dagen kreeg ik telefoons en sms’jes van vrienden, en sommigen kwamen thuis eens langs.
Vermits ik veel fiets, kwamen er de weken na mijn broer zijn dood veel familieleden mij halen om een fietstochtje te doen.
Van mijn broer heb ik geen afscheid kunnen nemen, omdat hij te veel verminkt was. Bij een eventuele opbaring zou zijn gezicht worden afgedenkt. Mijn ouders beslisten om enkel een laatste groet te brengen tijdens de begrafenisplechtigheid, en ik wou ook het laatste beeld bewaren die ik van hem had, en niet van wat hij zichzelf had aangedaan.
Omdat ik mijn broer niet meer gezien heb, kon ik het moeilijk geloven dat hij echt dood was, ik maakte mij wijs dat het iemand anders was of door een ongeval was gebeurd. Maar van de plechtigheid kan ik me niet veel meer herinneren, ik zat in een roes. Ik had een kalmeringspilletje gekregen voor de plechtigheid, alles leek gewoon over me heen te gaan.
Achteraf ben ik naar het gerecht geweest, om het dossier die het parket had opgesteld in te kijken. Ook daar kon ik foto’s bekijken van mijn broer, die ze hadden genomen voor in het dossier. Mijn ouders waren enkele weken ervoor gaan zien. Ik vond het veel afschuwelijker dan mijn moeder het had verteld. Ook in het verslag waren er geen verbloemingen, de rauwe taal was heel confronterend. Ik was wel blij dat ik geweest was, ik kon er een deel van het afscheid nemen in kwijt.
Achteraf had ik geen behoefte om met anderen over mijn broer te praten. Mijn ouders wilden dat ik naar een praatgroep van nabestaanden ging. Zij zitten in een groep in Halle. Ik had daar een gesprek met de moderator van ginder, en zij zocht voor mij een groep met jongeren. Zo kwam ik terecht in de groep van Leuven. Ik kan er niet tegen dat mijn ouders aan het treuren zijn en ook ik zou niet willen dat mijn ouders zien dat ik verdrietig ben.
Ik heb vaak het idee “Waarom liet je mij achter, kon je niet denken aan je ouders, familie en al je vrienden en vriendinnen, die ook treuren na uw overlijden”.
Een heel zware periode voor mij waren de examens. Deze volgden een kleine twee maand na het overlijden. Ik had heel veel moeite om te leren en kon me moeilijk concentreren. Het viel me zwaar om te zien, dat ik voor sommigen vakken ik waar normaal zonder moeite kon slagen, nu gebuisd werd. Ook de reacties van sommige docenten viel me zwaar, hoewel ik van andere docenten wel veel aanmoedigen en steunbetuigingen kreeg.
Ten opzicht van het voorbije jaar, was ik de enige van het hele jaar, die achteruitgang had geboekt. Ik had 7 herexamens, het waren allemaal maar kleine buizen op ééntje na, maar ik kon ze toch maar opnieuw doen. Ik troostte mij dat Gert me twee maand vakantie had gegeven en dat ik niet, zoals anderen, onmiddellijk moest gaan werken de 1ste juli. Na veel inspanning slaagde ik toch in de tweede zit, ik wou absoluut slagen, want als ik mijn jaar had moeten bissen, dan zou het eigenlijk Gert zijn fout zijn geweest en dat zou ik zeker niet gewild hebben.
Zijn verjaardagen zijn nog redelijk meegevallen, de laatste jaren was hij altijd op reis, ik heb meer last van mijn
eigen verjaardagen. Want het is één gelukwens die ik elk jaar minder heb.
Evy
Keerbergen 14 jaar geleden. Ons gezinnetje bestond uit 4 gezinsleden: ik de oudste, mijn 3 jaar jongere zus Sarah mijn mama en papa. Elk huisje heeft zijn kruisje zeggen ze, zoals in elk gezin zijn er overal wel eens problemen. Misschien bij ons eens wat meer? Mijn ouders waren zelfstandige restaurantuitbaters en werkten hard. Mijn vader greep naar de fles om te blijven werken en de centjes te verdienen. Zo begonnen de eerste problemen.
Toen ik 12 was verhuisden we naar de buurman, alias ‘Dirk’, de vriend van mama. Mijn zus en ik werden groter, puberaler en volwassener en alles ging al wat moeilijker met hem en met elkaar. Ik leerde op mijn 15de Bert mijn huidige vriend kennen die me alles probeerde te leren relativeren.
Ongeveer 3 jaar later leerde Sarah Arno haar vriend kennen. Een koppeltje waar het met ups en downs ging. Sarah was eerder het opvliegende type zowel tegen mij, als tegen mama als tegen haar vriend.
Op een dag kregen we het slechte nieuws te horen dat bompa leverkanker had. Ziekenhuis in en ziekenhuis uit. Tevergeefs … één jaar later begaf zijn lichaam het. Een eerste zware klap die we te verwerken kregen. Onze wereld stond op zijn kop. Maar het verdriet was dragelijk, bompa was al 73 en had een mooi leven gehad. Behalve voor Sarah, voor haar was het verdriet immens. Ze kon het niet aan, niet verwerken, haar dikke vriend was weg. Om de situatie wat te ontvluchten ging ze even bij mijn vader wonen tot ongeveer september. Het nieuwe schooljaar ging van start en we hoopte dat het snel zou beteren met Sarah. Mijn mama vond het vreselijk om Sarah zo ongelukkig te zien. We deden er alles aan om haar zo goed mogelijk op te vangen. Tevergeefs ze bleef kibbelen en ruziemaken met ons en haar vriend. Zo verwerkte zij haar verdriet misschien? We hadden natuurlijk ook mooie momenten. Zij tekende mijn werkstukken voor de Hogeschool ik maakte haar taken van Frans in ruil. We gingen samen shoppen en deden echte meisjesstuff. Zo waren we dan ook ECHTE zussen.
Tot op een avond (nacht) dit abrupt afgebroken werd. Vrijdag 8 februari 2002 rond 20u reden Sarah en haar vriendin Michel impulsief met hun brommertje door de rode lichten aan de overweg. De trein greep hen en ze waren op slag dood. Enkele uren later stond de politie met zwaailichten aan de deur. Mijn moeder was niet thuis, alleen Bert en ik.“Ga rustig zitten” zei de politieagent “we hebben vreselijk nieuws over je zus. Sarah is verongelukt onder de trein” vertelde hij me.
Wat gaat er door je heen? Allerlei dingen: begrafenis, hoe moet het verder, haar spullen, haar vriend, mama, bon die in Benidorm was.
Wat een heksenketel in mijn hoofd en lichaam!!!! De volgende dagen deed ik mijn best om Sarah’s viering in elkaar te steken. Haar lievelingsliedjes werden gespeeld, klasgenoten lazen leuke tekstjes en zelf deed ik het afscheidswoord. Was het wel Sarah dat we begraven hadden? Het besef was moeilijk. Een dichtgenagelde kist zonder dat we haar een laatste keer mochten zien. We wisten zelfs niet of het juiste lichaam in de juiste kist lag. Behalve dat Sarah blonde haren had en Michel niet. Naarmate het leven verder ging werd het besef ook groter. Het was een zware tijd, 3 borden op tafel, een lege slaapkamer, een plaats in de zetel die leeg was. We kregen regelmatig vrienden van Sarah over de vloer. Dit deed mijn mama en mij veel deugd maar ook veel pijn.
Mama en ik vonden veel steun bij elkaar. Ik vooral bij haar en zij ging naar ons bon. Dirk de ‘vriend’ viel in het rouwproces volledig buiten: geen foto’s, geen herinneringen, geen troostende woorden of een schouder om op te huilen. Niks van dat alles. “Het leven gaat door” zei hij steeds. Ik had van zijn reactie eigenlijk weinig last maar mama vond het vreselijk. Het was haar levenspartner waar je tenslotte alles mee moet kunnen delen. Bert en ik vonden wel veel steun bij elkaar. Hij hielp me dan ook met de kleinste dingen die voor mij een grote opgave leken. Het einde van het academiejaar was in zicht, ik knokte om mijn 1ste jaar lager onderwijzeres door te komen en eindigde dat jaar met een 2de zit van 3 vakken. Zeker haalbaar. Ondertussen was het september en we hadden de eerste zomer zonder Sarah achter de rug. Het was een moeilijke tijd. Ik was 10 dagen weggeweest en mama moeten achterlaten was pijnlijk en moeilijk. In september behaalde in mijn tweede zit met glans. JOEPIE, eens even geluk!! Maar nog geen 2 dagen later weer een zwart gat. Mama klaagde van pijn in de borst en ze werd opgenomen met zware hartproblemen. Na een week mocht ze naar huis maar ze ging een revalidatieperiode van 6 maanden tegemoet. Wat had ik schrik om haar te verliezen en ik zei dit ook tegen haar “jij gaat me toch niet in de steek laten? “. Toen lachte ze steeds en zei me “ maar meisje waar denk je toch aan, ik zie u veel te graag”. De revalidatie was zwaar: zoutloos eten, fitness in het ziekenhuis, veel medicatie en veel rust.
De eerste kerst kwam eraan. Ik liet een prachtschilderij maken voor mama van mij en Sarah. De dankbaarheid die ik voor dat cadeau toen kreeg was alleen al af te leiden uit de manier waarop ze naar me keek. Ik zal die dankbaarheid nooit vergeten.
Mama hielp me elke met schoolwerk, knippen, plakken, kleuren, dingen opzoeken. Samen waren we een echt team. Begin maart was mama’s hart aangesterkt. Ze mocht na zes maanden eindelijk terug gaan werken. We waren blij met de vorderingen en de uitslag van haar onderzoeken.
Tot 2 weken later het noodlot WEER toesloeg. 17 maart 2003 6 uur ’s morgens. Ik schoot wakker van een voorbijrijdende ambulance. Nog geen uur later, geloof het of niet, de alom bekende politieagent weer aan de deur. Hij vertelde niks, ik liet hem zelfs niet binnen, ik wist het, voelde het. Mama was dood. Ze was gestorven in de auto aan een hartritmestoornis. De pijn is niet te beschrijven. Ik liet geen traan en zei tegen iedereen. “Maak je maar geen zorgen om mij, ik red me wel”. Maar hetgeen waar ik zoveel schrik voor had was gebeurd. Waarom ik, ik snap het niet, het is niet eerlijk….
Mama was zo mooi en vredig, ze was bij Sarah, ik gunde het haar maar tegelijkertijd was ik razend. Ik was er ook nog … wie gaat er nu voor mij zorgen … wie gaat mij nu steunen?
Weer deed ik super hard mijn best om een mooie viering te maken. Met een eigen gebracht afscheidswoord lukte dit weer. Ik woonde nog steeds bij Dirk. Het was een ramp. Ik had daar alleen mijn eigen slaapkamertje waar ik een beetje gerust zat. In het begin denk je dat het wel zal lukken en dat het nog haalbaar is maar na een tijdje werd ik onrechtstreeks het huis uitgepest.
Tijd om te rouwen en verdriet te hebben was er niet in mijn leven. Ik moest ook maar eerst zien dat ik een goede omgeving had waar ik me tenminste thuis kon voelen. Ik legde me toe op mijn eindexamens waar ik met onderscheiding voor slaagde. Daarna verhuisde Bert en ik naar ons eigen stulpje een dorpje verderop. We deden allebei ons best om een leuk huisje te maken en een nieuwe start te nemen. Na alle werken in huis knakte ik, ondertussen al 7 maand na het overlijden. Dagen lag ik in de zetel zonder te eten, me te wassen, weg te gaan. Tot mijn bon kwaad werd en dat ik verder moest. Zij deed dit immers ook. Ik zocht een psychiater op in het CGGZ. Nergens vond ik wat ik nodig had, alleen medicijnen waren een uitweg.
Ik zat en zit soms nog wel met het grote probleem dat erg doorwoog op mijn omgeving en relatie, ik was namelijk ziekelijk ongerust. Als Bert 5 minuten later thuiskwam zonder te verwittigen dacht ik al dat hij dood was. Zo had ik dit met vrienden en familie elke dag opnieuw. Frustrerend voor mij en de anderen. Ik probeerde eraan te werken maar dit was moeilijk. Met de hulp van twee hele hechte vriendinnen Els en haar zus Karolien lukte het een beetje om verder te gaan met het leven. Ik kon bij hen terecht. Het was niet altijd nodig maar ik wist wel dat hun deurtje altijd openstond voor mij en mijn problemen. Het waren met Bert ook moeilijke tijden, hij had het moeilijk om altijd positief te blijven en mij telkens op te peppen. We bleven vechten voor onze relatie die al 7 jaar duurde ondertussen. Degene die alles met me kan delen en alles meegemaakt heeft, dit is van onschatbare waarde.
Mijn laatste jaar van mijn studies waren zwaar, met veel steun van klasgenoten kwam ik vooruit. Ik deed dat jaar bewust een eindwerk over rouwen met kinderen. Dit werd een prachtwerk al zeg ik het zelf, dat ook beloond werd met onderscheiding. Ik studeerde af en had diploma-uitreiking. Dit was weer een zware dag. Ik voelde mij als een trotse, sterke vrouw die veel aankon maar tegelijkertijd was ik heel klein, eenzaam en verloren. Met de vakantie in zicht gingen we vol nieuwe moed verder.
Bert en ik maakten veel tijd voor elkaar en alles ging wat beter en vlotter tot ik in september 2004 weer door het bos de bomen niet zag. Ik lag weer uren nutteloos te wezen, leeg en uitgeput EN zonder werk. Tot ik eind september bericht kreeg dat ik mocht beginnen. Ik zat vol goede moed om verder te gaan.
Toen kwam voor mij de eerste Missing You nu een jaar geldeden. Ik ervoer die dag als één van de meest hoopvolle momenten van de afgelopen jaren. Ik voelde steun en begrip en ik voelde vooral veel mensen om me heen die wisten wat verdriet hebben is. Ik sloot me kort daarna aan bij de praatgroep in Leuven waar ik dezelfde gevoelens ervoer als op Missing You. Het deed me echt deugd.
Nu zitten we hier een jaar later. Ik ben ondertussen 6 maanden zwanger van een klein gezond spruitje. Een nieuw leven, het is wonderbaarlijk, een geschenk, een wonder dat eigenlijk toch wel gepaard gaat met veel pijn, gemis en verdriet. Het zal oma nooit kennen en ze zal er niet bij zijn op die gelukkige dag.
Ons kindje wordt verwacht op de sterfdag van mama. Zou ZIJ er voor iets tussen zitten???
