Getuigenissen van jongeren tijdens de Jongerendag «MISSING YOU»
zaterdag 20 november 2004 in CC De Romaanse Poort te Leuven
Ann: het verhaal van mijn zus en ik
6 jaar was ik. Het leek wel of Sinterklaas vroeger kwam dat jaar . Op 23 oktober 1980 kreeg ik waar ik al zo lang naar verlangde: Mijn Zusje!
’s Avonds laat werd ik uit bed gehaald en vliegensvlug naar het ziekenhuis gebracht. Ik was nog net op tijd om mijn zusje in haar glazen bedje van de verloskamer naar de kamer te rijden. Daar mocht ik heel voorzichtig, met overal kussens onder en rond mij, haar heel eventjes vasthouden voor op de foto.
Dat was het begin van mijn zusje, Katrien. Zoals alle zussen konden we flink bekvechten maar we hadden ook een heel speciale warme zussenband: urenlang las ik haar voor uit mijn TOP-boeken, zij vertelde me alle avonturen van op de speelplaats, samen stonden we voor de spiegel en playbackten 'Kinderen voor kinderen' en 'Clouseau' als echte wereldsterren.
Later kwamen de verhalen over de eerste verliefdheden. Toen ik trouwde en in de buurt woonde, zat zij heel vaak bij ons thuis. En de dagen dat we elkaar niet zagen, belden we elkaar op om te vertellen over 'die zaag van Frans' of de laatste verovering op de fuif.
Toen ik zwanger werd, was het hek helemaal van de dam. Urenlang kon ze liedjes zingen voor mijn dikke buik of wachten en zoeken tot ze schopjes voelde in mijn buik. Ze leefde zo hard mee, dat ze op een gegeven moment zelfs wenend uit de klas was gelopen omwille van het gedacht dat er wel eens iets verkeerd zou kunnen gaan bij de bevalling met haar toekomstig petekindje of met mij.
Die zomer werd mijn eerste zoontje geboren en hoewel ze moest studeren voor haar tweede zit, vond ze steeds wel een ander excuus om even langs te komen. Zo hebben we die laatste maanden heel intens samen beleefd. Misschien was het wel de zomer van ons leven…
De laatste week van mijn bevallingsverlof viel tijdens de herfstvakantie. Die woensdagochtend heel vroeg werd ik gebeld door mijn papa. Hij vroeg me naar het ziekenhuis te komen. Er was iets met ons Katrien, maar hij kon niet zeggen wat. Mijn man en ik zijn dan in allerlijl, met ons babietje, naar het ziekenhuis gegaan.
We kwamen langs spoed binnen en werden naar een kamer geleid waar mijn ouders zaten tussen 4 lege bedden. Ik dacht meteen het ergste, maar ons Katrien was weggebracht naar intensieve zorgen. Toen hoorden we het hele verhaal.
De dag ervoor, dinsdagmorgen , was ons Katrien opgestaan met hoofdpijn en koorts. De huisarts dacht eerst aan een griepje. Omdat de koorts maar niet wou zakken, zijn mijn ouders met Katrien 's avonds naar het ziekenhuis gereden voor een routinecontrole. Daar is ze op een 6 à uren geëvolueerd van 'wat hoofdpijn' naar een subcoma, over een hartstilstand die men gereanimeerd heeft naar tenslotte een zeer diepe coma. De dokters hadden ondertussen al geconstateerd dat het om een uiterst agressieve vorm van bacteriële hersenvliesontsteking ging.
Volgens de dokters zou ze de beste kansen hebben als ze zou ontwaken. Gelukkig mochten we steeds bij haar blijven op intensieve zorgen. We hebben alles geprobeerd wat we konden om haar terug wakker te krijgen: vertellen over vanalles, vriendinnen erbij gehaald, muziek gespeeld waar ze goede herinneringen aan had (bv. van een optreden op Werchter waar we samen waren geweest), zelfs verhalen voorgelezen zoals ik vroeger deed toen ze klein was.
Elke keer zagen we aan de parameters op de monitors dat ze vocht tegen haar ziekte en dat het haar moed gaf. De nacht van woensdag op donderdag heeft mijn papa bij haar gewaakt en ben ik bij ons mama gaan slapen. Mijn man hield ondertussen ons kindje bij om het besmettingsgevaar zo klein mogelijk te houden en hij was ook telefooncentrale voor de familie. Ik hield hem op de hoogte en hij belde het nieuws door.
Elk uur was een gewonnen uur. Die donderdagochtend vertelden de dokters dat ze vermoedden dat er geen hersenactiviteit meer was en dat ze bijgevolg klinisch dood zou zijn. Vermits ik altijd een sterke band met haar heb gehad, voelde ik op één of andere manier dat dat niet waar was. Tests gaven me gelijk en registreerden nog hersenactiviteit. Mijn mama en ik zagen haar even glimlachen en dat gaf ons hoop.
Jammer genoeg was die verschrikkelijke bacterie sterker. Die namiddag begonnen alle parameters plots snel te dalen. De dokters stonden machteloos toe te kijken. Met haar ene hand in ons mama haar hand en de andere in de mijne, ons papa, onze opa en een nonkel erbij, is ze toen gestorven.
Ik was altijd blijven hopen op een goede afloop, maar toen stortte mijn wereld volledig in. Veel tijd om na te denken kregen we echter niet. Ons mama en ik werden door mijn nonkel naar huis gebracht om kleren uit te kiezen voor ons Katrien. Ze was immers in pyjama naar het ziekenhuis gegaan en kon zo toch niet opgebaard worden. Het voelde heel absurd aan om zo kleren uit te kiezen. Een onwetende kennis belde me toen per ongeluk om te vragen of ik die avond wou invallen voor een tennismatch. Ik heb die persoon van de weeromstuit de huid volgescholden.
De dagen daarna zat ik precies in een grote luchtbel. Ik zag en hoorde alles wel, maar het was allemaal zo onwezenlijk. Kiezen we voor de witte kist? Welke foto komt er op het doodsprentje? Wie zal de begrafenis voorgaan? Op de één of andere manier was ik heel sterk, misschien omdat ik het allemaal niet bevatte. Ik ben elke dag naar de groetmomenten proberen te gaan, heb mee de begrafenis ineen gestoken en vaak was ik de mensen aan het troosten ipv omgekeerd.
We hebben toen ongelooflijk veel steun gekregen van de familie. Ze hebben ons met praktische dingen bijgestaan en ook moreel opgevangen. De begrafenis beleefde ik alsof ik naar een film keek. Ik was wel aanwezig maar besefte niet echt wat er gaande was. Het is pas toen ik op het kerkhof haar kist met haar lichaam moest achterlaten, dat ik instortte.
De dagen erna waren heel onwezenlijk. In de supermarkt bijvoorbeeld deed iedereen alsof er niets aan de hand was, terwijl er door mijn wereld precies een aardbeving gedenderd was. Mijn hele toekomst lag aan diggelen.
Alle relaties (met mijn man, mijn familie, mijn vrienden) moesten terug opgebouwd worden zonder haar. De band met mijn man is er veel sterker op geworden. Sommige vriendschappen waren snel terug in orde, van andere moet ik nu nog steeds de brokstukken opruimen. Vreemd was ook dat ons Katrien mijn beste vriendin was: bij haar wou ik terecht kunnen met mijn verdriet. Vaak nam ik onbewust de telefoon om haar te bellen. Ik maakte mezelf wijs dat ze op reis was, dat ze binnen een jaar wel zou terugkomen en dan zou ik haar alles vertellen en alle foto’s tonen.
Op het werk deed ik alles mechanisch. Ofwel wou ik zo hard mogelijk werken om niet te kunnen nadenken ofwel zat ik een hele dag in dromen verzonken. Vaak voelde mijn verdriet aan alsof er een glasscherf in mijn hart zat: elke beweging, elke stap, elke ademhaling deed pijn. Je weet dat die pijn er voor de rest van je leven zal zijn. Je kan alleen maar hopen dat je er aan zal wennen.
In april kreeg ik mijn eerste zware klop. Op het werk maakte iemand een domme grap die bij mij een kettingreactie aan gevoelens veroorzaakte. Ik ben toen weggelopen op het werk, recht naar mijn moeder. Voor het eerst wisselden we toen van rol: ik van de 'sterke' naar de troostzoekende en zij van de troostzoekende naar de troostende. Dit deed voor beide eens heel goed. Het heeft onze relatie verstevigd en af en toe wisselen we nog wel eens van rol. Soms heb ik ook vreemde reacties, zoals wanneer ik merkte dat op het bureau op mijn moeders werk enkel foto’s stonden van mijn zus en mijn zoontje maar geen enkele van mij. Toen was ik heel verontwaardigd. Maar ze heeft me al verzekerd dat dat nu in orde is.
Nu, na drie jaar, leef ik nog elke dag met het gemis. Mijn geloof in een 'happy end' ben ik kwijt. Mijn besef van wat echt belangrijk is ( mijn man, mijn kindjes) is daarentegen zoveel te groter. Als mijn moment daar is, als mijn taak hier op aarde volbracht is, zal ik geen schrik meer hebben om te sterven. Ik heb het gevoel dat ik dan bij haar zal zijn.
En soms voel ik haar hier heel dicht bij mij. Op oudejaarsavond ben ik bevallen van mijn tweede zoontje. De volgende ochtend, op nieuwjaarsdag, kreeg ik een prachtig geboortecadeau uit de hemel: er dwarrelden prachtige witte sneeuwvlokjes naar beneden, …
e-mailadres van Ann : anngielis@tiscali.be
Melina
Mijn vader, Jan, was een lieve en slimme man maar helaas kwam hij door zijn werk onder enorme stress te staan. Hij verwerkte dit door na zijn werk op café te gaan met zijn collega’s. Maar een pintje werden er al gauw meerdere en mijn vader raakte verslaafd, met alle gevolgen vandien voor onze gezinssituatie. Mijn jeugd was dus niet erg gelukkig en ik bracht veel tijd door bij mijn grootmoeder. Mijn vader probeerde verschillende keren af te kicken, en met kerst 2001 zag het ernaar uit dat het hem zou lukken. Maar helaas het kwaad was al gebeurd, door de vele jaren drankmisbruik begonnen zijn hersencellen af te sterven en kreeg hij Korsakov, een ziekte die vergelijkbaar is met dementie. Hij werd depressief en leed erg veel pijn, de dokters konden niets doen.
Ik neem aan dat hij het niet meer zag zitten en daarom een einde aan zijn leven heeft gemaakt, alhoewel ik dit nooit met zekerheid zal weten, omdat hij ons geen berichtje of iets heeft achtergelaten.
Op het moment dat het gebeurd is, was ik op camping in Nederland.
Omdat ik daar niet kon bereikt worden, zijn mensen van de Nederlandse politie het nieuws komen brengen aan de moeder van mijn vriend.
Ik kon het gewoon niet geloven, de pijn die je op zo’n moment voelt is zo verschrikkelijk, je voelt je gebroken, je voelt je machteloos. Ik wou geen steun, ik ben gewoon op het gras in elkaar gezakt en ik ben heel hard beginnen huilen. De hele dag al had ik het gevoel gehad; ik moet naar huis. En nu wist ik waar dat vandaan kwam. Meteen kwamen er een heleboel schuldgevoelens opzetten, was ik maar naar huis gegaan, had ik maar wat langer met hem gepraat de laatste keer, had ik hem maar gezegd dat ik om hem gaf, het hield niet op. Alles gleed voorbij in een waas tijdens de rit naar huis, ik had geen perceptie van tijd, van andere mensen, van honger, ik kon alleen maar denken: waarom??? Mijn moeder zei aan de telefoon dat ze mijn vader gevonden had in de tuin, hij hield heel veel van de natuur. Ik heb mijn vader niet meer gezien, ik ben naar hem gaan kijken , toen hij opgebaard lag, maar dat was hij niet meer, dat was enkel een leeg lichaam, en toch schrok ik ervan, ik kon het allemaal niet vatten, ik heb zijn hand nog eens vastgepakt, maar die was enkel koud en bovendien kneep ze niet terug, weer moest ik heel erg huilen.
Het kwam allemaal zo hard over.
Mijn gevoelens stonden in schril contrast met die van mijn broer, hij was boos, boos om alles wat er in het verleden gebeurd was. Hij vond dat we al genoeg hadden meegemaakt en voor hem was dit de druppel. Hij sloot zich op in zijn kamer en wou met niemand praten.
Ik heb meteen veel kunnen praten met mijn moeder, we begrepen elkaar en ook de familie was constant in de buurt meteen na het overlijden.
Maar na de begrafenis werd het stil, iedereen ging er van uit dat we rust wilden, maar dat was niet zo, je valt in een zwart gat. Voor de buitenwereld toon je je sterk en je blijft doorgaan, maar vanbinnen ga je kapot van verdriet. Mijn moeder had het heel zwaar, ze is tot op de dag van vandaag heel depressief. Ze kon zich er niet over zetten, terwijl ik probeerde verder te gaan, net als mijn broer. Alles begon langzaamaan te veranderen. Ikzelf ben veranderd door wat er gebeurd is, mensen bekijken je anders en jij kijkt anders naar de wereld en je gedraagt je anders. Maar ook binnen ons gezin veranderden de relaties, mijn broer en moeder sloten zich af voor mij en het hele huishouden viel op mijn schouders. Niemand anders zou het doen. Nu heb ik vrienden die om me geven en bij wie ik kan gaan uithuilen en die ik vertrouw met mijn gevoelens. Ik heb ook geleerd dat ik mijn moeder niet kan helpen, we gaan ieder onze eigen weg, ik woon nu alleen en stilaan groeien we weer wat naar elkaar toe door elkaar een beetje los te laten.
Maar je denkt er iedere dag aan. Het zit hem in kleine dingen, kinderen met hun vader. Leeftijdsgenoten die trots vertellen over hun vader,…
Dat is het moeilijkste: weten dat je hem niet meer terugziet en het besef dat je steeds verder weg gaat van het moment dat je hem de laatste keer hebt gezien.
Ik ben als tiener vaak erg boos geweest om alles wat er met me gebeurde en over het feit dat ik er machteloos tegenover stond. Maar ik kan nu niet meer boos zijn, ik heb het mijn vader vergeven en ik wou dat ik hem dat wat eerder had gezegd, want nu weet ik niet eens zeker óf hij het wel hoort. Ik had nog zo veel willen realiseren samen, dingen met hem willen meemaken, praten over verre reizen, hem tonen wat ik kan. En vooral het verleden goedmaken, maar dat kan nu allemaal niet meer en daar ben ik denk ik nog het meest verdrietig voor op het moment.
Ik ben soms echt jaloers op anderen die wel een vader hebben, ook al stelt die in hun ogen niet veel voor, hij is er wel nog steeds en je kan er ten minste nog ruzie mee maken, dat kan ik zelfs niet meer.
Al die dingen doen me erg veel pijn, maar ik heb er ergens ook uit geleerd: Ik zoek nu bewust mensen op die warmte uitstralen en waarop ik kan rekenen en ik ruzie niet over prullen, dat is gewoon niet belangrijk meer. En ik toon die mensen die me steunen dat ik ze graag zie en dat ik verschrikkelijk dankbaar ben dat ze er voor me zijn. Want dat mag je nooit vergeten, je bent nooit alleen op de wereld, ook al lijkt dat soms zo, er is altijd wel iemand die om je geeft.
Ik geef mezelf de tijd om er mee om te gaan , gaat het een dagje wat minder dan is dat zo, alleen ik moet er niet te lang mee blijven zitten, ik moet verder met mijn leven, dat is nu eenmaal zo. Het is weliswaar met ups en downs en ik maak sommige mensen regelmatig het leven zuur met mijn “gezeur”, maar dan krijg ik telkens het antwoord dat ik niet zeur en dat ik altijd welkom ben. En dat is nu net wat je nodig hebt om door te gaan. Een duwtje in de juiste richting, vooruit.
En ik probeer vooral door te gaan met prettige herinneringen, ik zal nooit vergeten wat er vroeger allemaal gebeurd is, maar het weegt niet op tegen helemaal geen vader meer hebben. Het zijn de goede dingen die je samen had waar je mee verder moet gaan. En je mag zeker niet vergeten te lachen, voor mij is het de beste remedie om even de pijn opzij te kunnen zetten en te weten dat ik nog leef en dat ik er wel doorheen zal raken. En ik denk ook dat mijn vader het zo graag zou gezien hebben.
En daar zal ik aan denken in alles wat ik doe.
Vanessa
Mijn lieve Benneman,
Je leerde me zoveel mooie dingen: vertrouwen, durven dromen, graag zien…
Bij jou kon ik mezelf zijn, door jou ben ik gegroeid.
Ben, we hoorden samen: jij, mijn zonnestraal, en ik.
Ik zal je eeuwig graag zien! Mijn schatje, ik mis je zo…
Mijn naam is Vanessa. Het tekstje dat ik zonet voorgelezen heb, schreef ik voor het gedenkprentje van mijn vriend Ben. In december zal het 2 jaar geleden zijn dat hij stierf.
Ik leerde Ben kennen op een mooie dag aan het begin van de grote vakantie van 2000. Ik heb nooit geloofd in liefde op het eerste gezicht, maar toch overkwam het ons. Vanaf het eerste moment klikte het ongelooflijk goed tussen ons.
Ben was een dromer en een optimist. Dat heb ik altijd in hem bewonderd. Toen ik Ben leerde kennen, voelde ik me niet goed in mijn vel en ik was een heel onzeker meisje. Ik heb al vaak tegen mensen gezegd dat Ben me uit het diepste dal heeft gehaald en me op de top van de hoogste berg heeft gezet. Dat was ook zo, hij leerde me dat je mag dromen en dat je gelukkig mag en kan zijn.
Onze relatie zat altijd goed, ik kan me niet herinneren dat we ooit hevige ruzie hebben gemaakt. We waren veel bezig met het plannen van de toekomst. We zouden eerst allebei onze studies afmaken, gaan samenwonen en dan gaan bouwen. We zouden ook gaan trouwen en vlug beginnen aan kindjes.
We hebben samen hele mooie dingen meegemaakt, en dat zijn zaken die ik nooit meer zal vergeten. Ik ben heel dankbaar voor de mooie jaren die we samen gehad hebben en ik draag ze voor altijd mee in mijn gedachten en in mijn hart.
Ik wil het graag even hebben over zijn ziekteperiode, omdat alles zo snel gegaan is. Daarom heeft het ook zo’n grote impact gehad op mijn verwerkingsproces tot op dit moment.
In november 2002 was Ben bezig met zijn eerste examens aan de hogeschool. Maar het lukte hem niet zo goed om te studeren. Hij was misselijk en had last van hoofdpijn. De huisdokter stelde vast dat Ben met teveel stress zat. We waren allemaal gerustgesteld maar Ben zelf geloofde er niks van. Hij was inderdaad niet iemand die zich in veel dingen druk maakte. Hij was altijd de rust zelve. Daarom drong hij aan op een extra onderzoek. De dokter stemde toe en de dag later kon hij al een scan gaan laten nemen van zijn hoofd. Hier is onze nachtmerrie begonnen. Er werden 3 hersentumors vastgesteld. Twee dagen later moest hij op gesprek gaan met een oncoloog in Leuven. Daar werd er nog een schepje bovenop gedaan. Ze vonden namelijk een vierde tumor. De situatie was zeer ernstig en Ben moest dezelfde dag nog opgenomen worden. Wij hadden natuurlijk gedacht dat we Ben na het gesprek terug mee naar huis mochten nemen, maar hij is nooit meer thuisgekomen…
De dokters durfden geen uitspraak doen over het verdere verloop van de kanker. We hadden dus niks om ons aan op te trekken, er was enkel onzekerheid. De verpleging vroeg aan Bens ouders of er iemand zou blijven overnachten in het ziekenhuis. En daarom ben ik de hele tijd bij hem kunnen blijven. Ik heb daarom ook gezien hoe Ben elke dag verzwakte en steeds meer en meer pijn had. Het was echt vreselijk om te zien hoe hij moest lijden. Ik voelde me zo machteloos, want er was niks dat ik voor hem kon doen, behalve aanwezig zijn. Hij werd geopereerd, de dokters hoopten dat ze een groot stuk van de tumors konden weghalen, maar dat is niet gelukt. Ze hebben maar een piepklein stukje weefsel kunnen wegnemen, dat ze onmiddellijk beginnen onderzoeken zijn. Ze wilden erachter komen hoe ze Ben moesten behandelen. Van toen af was het bang afwachten op de uitslag.
Ben is in enkele dagen tijd veranderd van een fitte jonge kerel tot een jongen die eigenlijk niets meer alleen kon. Ik droeg hem ’s morgens naar de badkamer om hem te wassen, ik hielp hem bij kleine dingen zoals zijn tanden poetsen en een pyjama aandoen. Alleen ik mocht van hem zien dat hij zo snel achteruit ging. We zorgden ervoor dat hij gewassen was en een propere pyjama aanhad vooraleer zijn ouders ’s morgens arriveerden. Vanaf de tweede dag in het ziekenhuis kon hij ook niet meer eten, daarom kreeg hij sondevoeding. Op enkele dagen tijd was hij enorm vermagerd.
Op de tiende ziekenhuisdag, viel hij in slaap. Hij werd wat later wakker, maar bleef naar het plafond staren en reageerde niet als we tegen hem spraken. De dokters kwamen erbij en legden uit dat hij een epileptische aanval had. Ze reden hem weg en lieten ons achter. Na een vreselijk half uur, kwam de maatschappelijk assistente ons halen en zei dat Ben op de intensieve zorgen lag. We werden er naartoe gebracht, en 3 dokters wachtten ons op. “Sorry, we kunnen niks meer doen. We staan machteloos.” Er waren nog steeds geen resultaten binnen van de operatie. Daar kregen we te horen dat Ben nog maar enkele uren te leven had. Dat was een onbeschrijfelijk zware schok. We mochten naar hem toe. Ik verwachtte dat hij er erg aan toe zou zijn, maar toen we zijn kamer binnenkwamen, opende hij zijn armen en nam me stevig vast. Hij zag dat ik geweend had en vroeg me waarom. Dat was echt moeilijk,want we hadden afgesproken om hem niks te vertellen over wat we zonet gehoord hadden van de dokters. We mochten ons geen zorgen maken, hij zei dat hij even een flauwte had gekregen uit angst voor wat de uitslag van de biopsie zou zijn.
Na enige tijd viel hij in slaap. Iedereen verwachtte dat hij nog een paar keer zou wakker worden, maar dat was niet zo. Ik ben nog een kwartier met hem alleen geweest en heb hem heel veel verteld. Ik kon echt niet geloven dat hij nooit meer wakker zou worden. De hele familie was samengekomen, ik zat naast hem en bleef tegen hem praten.We waren er allemaal bij toen hij stierf. Dat was een verschrikkelijk moment, dat ik nog elke dag opnieuw beleef. Ik vind het heel erg dat ik geen afscheid kunnen nemen heb. Ik heb ergens altijd wel geweten dat hij niet meer zou genezen, maar ik had gedacht dat we nog een lange tijd samen zouden hebben. Het is allemaal heel snel gegaan en we hebben eigenlijk niet de tijd gekregen om samen te praten over wat er zou gebeuren.
Mijn ouders namen me mee naar huis. Dat was een vreselijk gevoel. Het was net of ik hem in de steek liet. Ik was amper van hem weggeweest gedurende die tien dagen dat hij in het ziekenhuis lag. Ik had altijd voor hem gezorgd en nu moest ik hem achterlaten.
Tijdens die autorit besefte ik dat mijn toekomst samen met hem verdwenen was. Ik bleef maar denken dat mijn leven nu ook over was.
Ik leefde in een roes de eerste dagen na zijn overlijden. Er moest zoveel gebeuren, zoveel geregeld worden. Zijn ouders konden het niet aan, dus hebben Bens zus en ik alles op ons genomen. Ik heb geen tijd genomen om na te denken. En dat vind ik wel erg, omdat dat zijn gevolgen heeft tot op de dag van vandaag. Vanaf de moment dat Ben ziek werd, ben ik voortdurend de sterke persoon geweest. Ik wou er voor hem zijn, voor zijn ouders en familie, voor onze vrienden… Ik heb mijn eigen verdriet steeds genegeerd en ik ben keihard geworden in alles. Enkel wanneer ik alleen was of bij mijn ouders, liet ik de tranen echt toe. En dat doe ik eigenlijk nog altijd zo. Het is nu twee jaar geleden dat Ben gestorven is en ik heb het gevoel dat ik nog altijd niet de tijd genomen heb om het te verwerken.
Na zijn dood, kreeg ik de meest uiteenlopende reacties. Een vriendin van me zei me letterlijk dat ik niet teveel verdriet moest hebben, omdat ik binnen de drie maanden wel iemand anders zou leren kennen. Dat heeft me erg geschokt. Ik wist niet dat mensen zo ongevoelig konden zijn. Ik was dan ook teleurgesteld door de reacties van sommige mensen. Het was net of ze net die dingen zeiden die ik niet wilde horen. Op school bijvoorbeeld kreeg ik meermaals te horen dat mensen niet begrepen dat ik nog kon verder studeren. Ze gaven me onbewust een schuldgevoel en ik heb lang het gevoel gehad dat ik Ben in de steek liet in alles wat ik deed. Natuurlijk waren er ook mensen die me heel goed gesteund hebben. Wat me het meeste helpt, is als mensen tegen mij over Ben vertellen. Dan pas zie ik hem terug zoals hij was, want ik heb het er immers moeilijk mee me hem juist te herinneren. Op die manier weet ik ook dat anderen hem nog niet vergeten zijn.
Wat me ook heel goed doet, is dat ik nog altijd heel close ben met zijn familie. Vooral zijn ouders en zus betekenen heel veel voor me. Ik zie hen heel dikwijls en afgelopen augustus ben ik meter geworden van het dochtertje van zijn zus. Het is fantastisch dat ze me nog steeds bij alles betrekken. Ik realiseer me dat ik voor hen eigenlijk het enige ben dat overblijft van Ben. Dat is best moeilijk, omdat er op die manier soms hoge verwachtingen aan me gesteld worden. Maar toch voel ik me er ook heel goed bij. Ze zijn nu echt mijn familie geworden.
Ik ben lang erg kwaad geweest. Ik zat met een enorme woede over hetgeen gebeurd was. We weten nog steeds niet welk soort kanker hij had. Daarom zit ik nog altijd met grote vragen, die altijd onbeantwoord zullen blijven. En dat maakte me dus echt kwaad. Ik wist alleen niet op wie of wat ik boos moest zijn. Mijn naaste omgeving heeft het moeten ontgelden. Even was ik ook kwaad op Ben. Ik was boos omdat hij me alleen had achtergelaten met al onze toekomstplannen. Maar dat kon ik niet lang volhouden, omdat ik het heel onrechtvaardig en fout vond. Dus dan werd ik maar boos op mezelf. Ik zocht oorzaken van zijn ziekte bij mezelf. Ik dacht dat ik hem wel ziek gemaakt zou hebben. Ook al wist ik dat dat niet waar was, toch heb ik het mezelf lang moeilijk gemaakt op die manier.
Ik weet dat er misschien ooit een dag komt dat ik een andere jongen leer kennen. Op dit moment kan ik me dat nog niet voorstellen. Ik stel me er ook nog niet voor open. Ik voel me natuurlijk dikwijls heel eenzaam, maar ik ben nog niet klaar voor een nieuwe relatie. Ik weet immers dat het moeilijk zal zijn als er iemand anders in mijn leven is. Het zal moeilijk voor mij zijn, omdat ik waarschijnlijk steeds het gevoel zal hebben dat ik Ben in de steek laat. Ook ben ik bang voor wat het met mijn relatie met zijn familie zal doen. Ze hebben me gezegd dat ze willen dat ik gelukkig word en dat ik te jong ben om alleen te blijven. Maar ze hebben me ook gewaarschuwd dat ze het er erg moeilijk mee zullen hebben, wanneer ze me met iemand anders zien. Ik kan het me ook voorstellen dat het voor de jongen in kwestie niet evident zal zijn om op te boksen tegen de hoge verwachtingen die aan hem gesteld zullen worden. Ik zal hem dan ook steeds met Ben blijven vergelijken en ik niet alleen. Dit zijn zaken waar ik al heel veel over nagedacht heb. Ik zit met een hele grote angst voor de toekomst. Ik hou ervan zekerheid te hebben, maar nu kijk ik tegen een groot zwart gat aan.
In juni van dit jaar, ben ik afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ik was best fier op mezelf, want ik wist dat Ben dat ook zou zijn. Toen hij pas gestorven was, heb ik hem de belofte gedaan dat ik er in mijn verdere leven steeds voor ging zorgen dat hij trots kon zijn op mij. Daarom was het halen van mijn diploma ook zo belangrijk voor mij.
Ik voelde me toch nog niet klaar om zelf als hulpverlener te gaan werken en daarom heb ik beslist om nog verder te gaan studeren. Ik ben in september dus begonnen aan mijn enige kandidatuur Pedagogiek. Gaan verder studeren heeft mijn leven op zijn kop gezet. Het was de eerste grote verandering in mijn leven sinds de dood van Ben. Normaal gezien zou nu het moment gekomen zijn waarop we zouden gaan denken over samenwonen. Onze toekomst samen zou nu echt beginnen. Dat maakt alles momenteel nog moeilijker.
Ik zit nu ook op kot en het alleen zijn valt me soms moeilijk. Ik heb nu vrij veel tijd om na te denken en dat maakt dat ik alles nu weer een tweede keer meemaak.
Ik heb nu veel nieuwe mensen leren kennen op school. Na een tijdje kwam de onvermijdelijke vraag: “En, heb jij een vriendje?” Daarom heb ik hen over Ben verteld. Ik heb er vrij lang mee gewacht, omdat ik me eerst echt goed en veilig bij iemand moet voelen vooraleer ik me open stel. Zo ben ik altijd al geweest, maar sinds Ben er niet meer is, heb ik dat nog erger. Ik zit in een klas boordevol sociale mensen, die graag veel plezier maken. Het wordt dan ook als vanzelfsprekend gezien dat je mee zot doet en lacht. Maar dat kan ik dus niet. Natuurlijk ga ik ook wel uit en maak ik plezier, maar ik blijf me een buitenbeentje voelen. Ik kan gewoon niet meer zo onbezorgd door het leven gaan. Ik voel me vijftig jaar ouder dan mijn leeftijdsgenoten door hetgeen ik heb meegemaakt. Dat vind ik echt spijtig. Ik ben soms jaloers op hun manier van leven, op hoe zij naar het leven en de dingen kijken.
Nu het ondertussen bijna twee jaar geleden is dat Ben stierf, verwachten bepaalde mensen duidelijk van mij dat mijn verdriet nu wel verwerkt is. Maar dat is niet zo. Nog elke dag opnieuw herbeleef ik zijn ziekteperiode en moment waarop hij stierf. Ik blijf er ook over denken hoe onze toekomst samen eruit gezien zou hebben. Ik vraag me de hele tijd af waar we nu zouden staan mocht Ben er nog zijn. Hij neemt nog altijd een enorm groot deel van mijn leven in. Ik zie hem nog altijd even graag. Ook het gemis is nog niet verminderd. Ergens blijf ik ook nog altijd verwachten dat hij op een dag terug zal zijn, hoewel ik weet dat dat niet kan. De pijn die ik voel, is nog niet afgenomen. Maar ik voel ze wel op een andere manier nu. Ze zit dieper geworteld dan toen ben pas dood was. En ze overvalt me op de meest onverwachte momenten. Maar dat wil ik ook niet anders. Het is helemaal niet mijn bedoeling om Ben te vergeten. Hij betekende alles voor mij en we zagen elkaar ook heel graag. En dat wil ook zo houden.
Ik herinner me Ben als de jongen van mijn leven. Hij is de persoon die me doen groeien heeft, en waardoor ik mezelf echt heb leren kennen. Daar blijf ik hem eeuwig dankbaar voor. Ben zal voor altijd een grote en warme plaats in mijn hart hebben.
Getuigenis van onze jongste deelnemer Missing You 2004
Nienke (12 jaar)
Vroeg in de morgen bracht mijn papa mij naar het cultureel centrum in Leuven, want vandaag was het weer ‘Missing You dag’. Bij het onthaal werd er als inleiding muziek op een dwarsfluit gespeeld en daarna vertelden drie mensen hun verhaal over wie ze verloren hadden. Ik herkende er dingen in die ik ook had gevoeld of meegemaakt. We kregen ook een boekje waar we zelf de hele dag dingen mochten schrijven, tekenen of noteren. Dan gingen we naar boven in aparte groepjes, over degene die we verloren hadden spreken. Bij mij is dat mijn broer Wiebe. De ramen werden dicht gedaan en er werden kaarsjes aangestoken. Zo was het net alsof dat degene wie we verloren hadden, er ook waren en voor mij alsof Wiebe er ook was. Op een bord stond Missing You en daar rond mochten we allemaal iets schrijven over wat we van die dag verwachten, het hele bord stond vol geschreven (kernwoorden). Toen het dan 12u30 was stonden er beneden allemaal lekkere broodjes op tafel. Er was echt genoeg voor iedereen. Na een stevige maaltijd werd er nog een gedicht voorgelezen over een kleine zaadje dat vol energie zit en nadien zouden we aan de workshops beginnen. We gingen een herinneringsdoos maken. We mochten die versieren met servetten; stiften en kleurpotloden; verf; verschillende kleuren stoffen en stickers; enz. We gingen ook nog even bij een andere workshop gaan kijken; want die waren met muziek bezig. En we hebben dus een live concert gekregen en mee mogen zingen. Dan zijn we weer terug gegaan en hebben nog verder gewerkt. Toen we klaar waren met onze herinneringsdozen zijn we naar beneden gegaan. Waar we door de muziek van een saxofoon tegemoet kwamen. We aten nog wat cake en kregen ook nog een geschenkje mee als aandenken van die dag. Het was een bloempot met aarde en zaadjes van vergeet mij nietjes en zonnebloemen in. Ik vond dat het nog eens goed deed om er over te praten en ik vond het ook een hele leuke dag omdat ik me daar goed voelde en vrijuit kon praten. En de herinneringsdoos zal ik zeker gebruiken.
Getuigenis van begeleider Erik (praatgroep + workshop 'Ervaringsparcours in Leuven')
Een pleister op de wonde
Een verslag van Missing You 2004 door Erik Van Vaerenbergh.
Welke woorden zijn sterk genoeg om te troosten? Er zijn er niet teveel zeker? Mogelijk vind je die opbeurende woorden bij een lotgenoot. Als je iemand tegenkomt die eveneens rouwt om een geliefde, dan ontstaat er een zekere verbondenheid. Samen vind je misschien een tikkeltje troost en herkenning. Dat geeft wat kracht om je weg verder te gaan. Samen een eindje wandelen, al is het maar voor één dag.
Een veertigtal jonge mensen worden verwelkomt in een zaaltje. Drie meisjes - jonge vrouwen eigenlijk - vertellen over de geliefde persoon van wie ze afscheid hebben moeten nemen. Vanessa praat over haar vriend Ben. Melina over haar vader Jan. Ann over haar zus Katrien. Elke getuigenis vind ik aangrijpend, het beroert me zielsveel. Wat opvalt is de samenhorigheid tussen de toehoorders. Samen droef wezen, het eigen verdriet dat wordt geraakt, hier en daar een arm om de schouder, bij mekaar steun vinden.
Tijd voor een gesprek in kleine groepjes. Tien jongeren drentelen wat onwennig binnen. Ken ik hier iemand? Wat staat me te wachten? Voel ik me hier veilig? Rond de tafel vertellen ze elk hun verhaal, ieder op zijn of haar manier. Ook hier grijpt elk verhaal me naar de keel. Ik merk hoe ze zoeken naar woorden, fluisterend soms, met tranen in de ogen of met een trilling in de stem. Anderen zijn dankbaar dat ze het nog’s kunnen verwoorden. Vele gevoelens komen ter sprake: intens verdriet, schuldgevoelens, colère, dankbare herinneringen, het vastzitten van de pijn... Tien jongeren in rouw. Tien verhalen die verder lopen, een leven lang.
In de namiddag trekken we de drukke stad in en zoeken we de stilte op. Aan bomen en struiken beginnen de bladeren te verkleuren. De herfstzon speelt er doorheen. We luisteren naar een verhaal in de Kruidtuin, zoeken naar woorden van troost in het Dijlepark en vertellen over onze toekomst in het Begijnhof.
Mijn gevoelens achteraf zijn gemengd. Dit was ongetwijfeld een zinvolle dag. Ik vond het een voorrecht om aanwezig te zijn. Schitterende jonge mensen heb ik leren kennen. Dankbaar voor het vertrouwen dat ik als begeleider kreeg. De tijd is evenwel te kort om iedereen tot zijn recht te laten komen. Het verdriet bij sommige jonge mensen is groot, zo immens groot dat ze er geen kant mee opkunnen. Zij hebben meer tijd nodig, lotgenoten die met hen meewandelen, zorgende mensen... Op die manier komen ze op kracht. Kracht die we allemaal nodig hebben om onze weg verder te zetten.
