Getuigenissen van jongeren tijdens de Jongerendag «MISSING YOU»
zaterdag 9 november 2002 in CC Ter Dilft in Bornem
Lien
Hallo, ik ben Lien, ik ben 19 jaar en ik studeer psychologie. Vijf jaar geleden heeft mijn oudere broer zelfmoord gepleegd. Ik was toen 14, hij was er net 16 geworden. Jelle had op een dag woorden gehad met mijn ouders omdat hij stiekem een brommer had gekocht. De volgende dag is hij naar school vertrokken maar ’s avonds niet naar huis gekomen. Die avond en nacht hebben we overal gezocht: bij vrienden, familie, in Leuven,… hij was nergens te bespeuren. Toen ik de volgende dag na school naar huis kwam, zag ik zijn jas en boekentas staan en dus dacht ik dat hij terug was, maar toen ik in de woonkamer kwam, zag ik mijn ouders en jongere broer en zus daar zitten en er hing een vreemde sfeer. Toen vertelde mijn vader dat Jelle zich had opgehangen in de zandgroeve van mijn nonkel, waar hij in de vakanties ging helpen. Ik kon het eerst niet geloven, Jelle,… mijn broer die zelfmoord had gepleegd… dat kon niet. Ze moesten zich vergist hebben, want Jelle had nooit laten blijken dat hij ongelukkig was. De daaropvolgende week heb ik in een roes geleefd; ik ging naar school, maar wist nauwelijks wat ik leerde; thuis hielp ik vele uren met het ineen steken van de begrafenis. Die hele week beseft ik nauwelijks wat er was gebeurd; ik ‘werd geleefd’. Ik ben dagelijks naar Jelle geweest en nog steeds drong niet tot me door dat hij dood was. Pas na de begrafenis begon het tot mij door te dringen dat ik mijn oudere broer kwijt was. Toen begonnen de vragen boven te komen, met als belangrijkste de waarom-vraag: waarom heeft Jelle dit gedaan? Was het een impulsieve daad? Wist iemand hier iets vanaf? Uit zijn afscheidsbrief bleek dat hij ongelukkig was en dat de zandgroeve de enige plaats was waar hij zich wel goed voelde; daar heeft hij dan ook zijn laatste rustplaats gezocht. Verder zei hij ook dat hij al lang met zelfmoordgedachten rondliep en dat hij er goed had over nagedacht. Eerst was ik enorm kwaad op Jelle; ik kon niet begrijpen dat hij ons dit had aangedaan. Maar geleidelijk aan werden deze gevoelens vervangen door onbegrip: ik begreep niet dat hij al lang met deze plannen had rondgelopen en dat er niemand was die ook maar iets vermoedde. Ik ging op zoek naar iemand die er iets meer van af wist, maar tot op de dag van vandaag heb ik nog niemand gevonden.
Maar het moeilijkste moment moest nog komen. Het eerste jaar had ik veel steun van onze vrienden. Jelle en ik zaten in dezelfde verenigingen en dus hadden we ook voor een groot deel dezelfde vriendenkring. Maar na een jaar nam die steun af; ik kreeg steeds meer en meer te horen dat ik toch wel een flinke was en dat ik alles goed had verwerkt. Maar in feite begon ik pas op dat moment goed te beseffen dat mijn grote broer er niet meer was. Na mijn 16de verjaardag kreeg ik het héél moeilijk; toen ik besefte dat ik nu ouder was dan Jelle ooit was geworden. Plots was ik de oudste zus, de oudste dochter, het oudste kleinkind… Toen heb ik enorm geworsteld met mezelf, want mijn grote voorbeeld waar ik mij onbewust mijn hele leven al had aan gespiegeld, was plotseling verdwenen. Op dat moment voelde ik mij pas echt in de steek gelaten. Waar moest ik nu naar toe met mijn vragen? Het was ook toen dat ik begon met brieven te schrijven die gericht waren aan Jelle. Na Jelle zijn dood had ik van mijn klasgenoten deze beer gekregen. Het is zo’n beer voor kinderen met een vakje om je pyjama in te steken als je ergens gaat slapen. Ze hadden me deze beer gegeven omdat ik dat vakje kon gebruiken om brieven in te steken die niemand anders mocht lezen. Die beer kon dan zo’n beetje de enige plaats zijn waar ik mijn gevoelens die ik aan niemand wou vertellen, kon opbergen. Het was mijn geheime plekje en daar steek ik nu ook de brieven in die ik aan Jelle schrijf. Op het moment dat ik ben beginnen te schrijven, was Jelle de enige waar ik mijn gevoelens aan kwijt kon. Ik had het er veel te moeilijk mee om ook maar iets aan mijn vrienden of familie te zeggen. Telkens als er iemand vroeg hoe het met me ging, antwoordde ik breed glimlachend dat alles OK was, terwijl ik binnenin volledig in de knoop lag. Ergens wou ik er wel met anderen over babbelen, maar ik kon het gewoon niet. En als ik ’s avonds in mijn bed lag, nam ik me dikwijls voor: “Als morgen me iemand vraagt hoe het met me gaat, ga ik eens de waarheid zeggen; ik ga alles zeggen want dat zal me enorm opluchten.” Maar als ik dan de volgende dag iemand tegenkwam die me vroeg hoe het ging, antwoordde ik weeral gewoon dat alles in orde was. En nadien was ik dan weer kwaad op mezelf omdat ik het WEER niet had gekund. Toen heb ik me voorgenomen om ergens hulp te zoeken en die heb ik gevonden in lotgenoten. Ik had gehoord dat er een soort zelfhulpgroep was voor jongeren die iemand hadden verloren aan zelfdoding. Ik ging er naar toe en ondanks het feit dat er buiten mij nog maar één meisje was, voelde ik me er toch enorm goed. Dat groepje heeft een tijdje bestaan, maar toen het stopte, miste ik toch iets, want ik had het nog steeds enorm moeilijk. Ik had echt het gevoel dat anderen me niet zouden begrijpen, en ik was er ook van overtuigd dat ik gek aan het worden was. Daarom durfde ik ook niets te zeggen tegen mijn vrienden, want die zouden me gewoon zot verklaren. Ik voelde gewoon dat ik hierover beter kon praten met mensen die hetzelfde hadden meegemaakt dus ging ik weer op zoek naar lotgenoten. Ik verslond boeken en zocht op het internet naar dingen die mijn gevoelens bevestigden.
Nu vijf jaar later zit ik, sinds vorig jaar na Missing You, in een gespreksgroep en nu krijg ik eindelijk het gevoel dat ik mijn gevoelens weer de baas kan. Natuurlijk, de moeilijke momenten blijven, maar de vrolijke momenten hebben gelukkig weer de bovenhand gekregen. Het overlijden van Jelle zal altijd een grote plaats in mijn leven innemen, maar het zal mijn leven niet meer volledig bepalen. Stilaan krijg ik weer grip op mijn eigen leven, maar meer en meer besef ik ook wat ik allemaal zal moeten missen: Jelle zou nu 21 jaar geweest zijn, hij zou een fantastische leider in de Chiro geweest zijn, een goede hockeyspeler, een talentvolle acteur, maar ook vooral een oudere broer en prachtige vriend die altijd klaar stond om anderen te helpen.
Nele
Ik ben Nele en ik ben de jongste uit een familie van 9 kinderen. In 1993 veranderde ons leven van de ene op de andere dag. De avond vóór Sinterklaas, 5 december, stierf mijn jongste broer Wouter. Hij was 17, bijna 18. Die zaterdagavond ging hij zoals elk weekend weg naar de discotheek, een zevental kilometer van ons huis. Toen hij met de brommer terugkwam is hij op een recht stuk weg naar de overkant van de weg gereden en frontaal op de gevel van een huis gereden. Hij was op slag dood. We weten nog steeds niet wat Wouter kan bezield hebben om de weg over te steken: is hij onwel geworden, heeft hij een astma aanval of misschien een hartinfarct gekregen of wou hij echt dood, wat ik sterk betwijfel. We zullen nooit weten wat er precies is gebeurd.
Ik herinner me dat mijn pa de zondagochtend van 6 december me kwam wakker maken met rode huilende ogen. Toen ik beneden kwam en de foto van Wouter tussen twee kaarsen op TV zag staan, besefte ik onmiddellijk dat Wouter dood was, hoewel ik maar 11 jaar was. Ik huilde een half uur lang in mijn moeders armen tot ze mij probeerden te troosten met wat Sinterklaas had gebracht. Een week lang kwam er veel volk over de vloer voor mijn ouders. Tegen mij en mijn broers en zussen zeiden ze dat wij sterk moesten zijn voor onze ouders. Op school kregen we te horen: " je hebt nog zoveel broers en zussen, het gaat wel over, je moet verder met je leven".
De begrafenis was wreed. Wouter zat in het leger en het werd een militaire begrafenis, wat wel heel speciaal is. Tot voor kort herinnerde ik me niets meer van de begrafenis. We hebben ze op een video staan en ik heb ze nog niet zo lang geleden bekeken. Het leek of iemand anders daar stond maar niet ik. Stilaan kwam alles echter terug boven.
Jij
Je moet doorgaan met je leven .
Dat hoor je zo vaak
Maar zij weten niet wat het is.
Ik zie jou nooit meer terug
En dan moet ik verder met mijn leven ?
Nee dank je wel !
Alles is anders
Mijn leven is als een vaas kapot gevallen
Daar zet je toch ook geen bloemen meer in ?
Ik moet opnieuw beginnen
Maar alleen
Wanneer ik besef
Je bent nu heen
Voor altijd
Ik zie je nooit meer terug
Zelf heb ik vijf jaar lang mijn verdriet verdrongen tot de dag dat een vriend van mij overleed. Alle verdriet dat ik heel die tijd had onderdrukt kwam toen boven en ik zakte helemaal weg. In dat jaar werd ik 17, de leeftijd waarop Wouter overleed. Een heel jaar lang leefde ik heel angstig. Ik durfde bijna niets doen en wilde geen nieuwe mensen leren kennen uit angst hen ook kwijt te raken en opnieuw dat verdriet mee te maken. Ik was zelf heel bang om te sterven en soms wilde ik zelf ook sterven. In die tijd heb ik ook neergeschreven wat ik verlangde op mijn begrafenis.
In het laatste jaar van mijn humaniora liep alles fout. Thuis wilde ik niet gaan met mijn verdriet want dan zou ik hun verdriet terug oproepen. Ik had niets meer, geen herinneringen, geen foto's, geen dingen van mij broer. Er waren geen vrienden meer van Wouter aan wie ik kon vragen wie en hoe Wouter was. Er waren alleen het doodsprentje en het kerkhof. Ik zocht hulp bij een psycholoog die me vertelde dat ik helemaal door mijn verdriet heen zou moeten gaan om er ooit te kunnen uit geraken. Ik wilde dat niet en kon dat niet. Ik wilde me concentreren op mijn studies.
Toen het grote vakantie was werd ik constant ziek en had geen honger. Ik besefte dat ik door mijn verdriet heen zou moeten om te kunnen genezen. Ik begon me dingen te herinneren hoewel het nog steeds zeer vaag was. Ik zocht naar dingen van vroeger, keek naar foto's en luisterde naar verhalen over Wouter. Ik heb veel steun gevonden bij mijn moeder en vooral in gedichten, boeken en liedjes over de dood. Ik zocht antwoorden in het spiritualisme en in leven na de dood. Wat ik altijd al gedaan had hielp: schrijven. Ik schreef mijn gevoelens van mij af:
Over jou praten, doet pijn
Maar ik wil jou leren kennen
Ik weet bijna niets meer
Ik was te jong, ze zeiden niets meer
Nu wil ik alles weten
Maar durf er niet om te vragen
Nu wil ik niemand kwetsen
Maar als ik niets vraag
Kwets ik mezelf
Misschien zelfs jou.
Zelf ben ik nu 20 jaar. Als ik wil weggaan kan ik niet thuiskomen wanneer ik wil: om drie uur is mijn broer verongelukt, vier uur is het officiële doodsuur, zes uur is het uur waarop de politie aan de deur stond. Ik heb het er moeilijk mee dat ze me thuis zo moeilijk kunnen loslaten. Ik roep zo veel herinneringen aan Wouter op omdat ik zo erg op hem lijk.
Je leven verandert erg als iemand overlijdt. Van kind word je plots volwassen. Je voelt je niet meer als de anderen.
Wouter had nog een heel leven voor zich, maar het werd plots afgebroken. Ikzelf heb nu leren leven en genieten van elke dag want het kan altijd de laatste dag zijn. Ik probeer zo weinig mogelijk ruzie te hebben en zo veel mogelijk te tonen dat ik van de mensen rondom mij hou. Ik kan nu veel beter omgaan met het verlies. Ik geloof dat ze beter zijn hierboven of waar ze ook zijn. Ik ben ervan overtuigd dat ze naar mij kijken en mij helpen en steunen.
Jamais t' oublier
Chaque jour Elke dag
Je pense à toi denk ik aan jou
Même quand tu n’es pas chez moi. Zelfs als ben je niet bij mij
Pourquoi je ne pense pas ? Waarom denk ik niet aan jou?
Parce que je ne te vois pas ? Omdat ik je niet zie
Tu restes dans mon coeur Je blijft in mijn hart
Toujours altijd
Mais ma vie continue Maar mijn leven gaat door
Je dois te laisser derrière moi. Ik moet je achter mij laten
Je veux te rappeler Ik wil je herinneren
Je veux que tu reponds Ik wil dat je antwoordt
Je veux que Ik wil dat
Le temps de tijd
M’apprend me leert
De vivre sans toi. te leven zonder jou
Kathleen
Ik ben Kathleen en ik ben 21 jaar. Mijn ouders zijn vlak na mijn geboorte gescheiden. Ik ben bij mijn mama blijven wonen, mijn vader heb ik dus nooit gekend. Ik zal hem ook nooit kennen, hij is overleden toen ik 11 jaar was. Mama en ik waren alleen met ons tweetjes en er groeide een ongelofelijk goede band tussen ons. We kenden elkaar door en door en hadden het heel goed samen. Toen ik 15 was kreeg mama plots enorme buikpijnen, de dokters stelden kanker vast in de eileider en uitzaaiingen in haar buikvlies. De wereld stortte in, ik was compleet van de kaart, dit had ik nooit verwacht. Het leek of alles om me heen begon te duizelen, het leek alsof ik in een film was beland. Maar die film bleek realiteit te zijn en we begonnen te vechten. Bijna 3 jaar lang vocht mama voor haar leven en vochten wij voor ons leven samen. Operaties, chemokuren, andere medicatie,… . We vochten met vallen en opstaan, we huilden samen, praatten samen, vroegen ons samen af ‘waarom?’ dit allemaal moest gebeuren. Soms ging het een tijdje goed met mama, maar altijd was er die angst, die spanning om te hervallen… en dat gebeurde ook. Af en toe flitste er door mijn hoofd: ‘Ik ga mijn mama verliezen aan kanker, misschien nog niet meteen maar er zal wel een dag komen…’ Vlak voor mijn eindexamens van het zesde middelbaar ging het inderdaad mis. De dokters vertelden me dat ze waarschijnlijk het volgende schooljaar niet zou halen. Mama werd steeds zieker, ik zorgde voor haar net zoals ik dat de voorbije 2,5 jaar gedaan had. De laatste week ben ik bij haar in het ziekenhuis blijven slapen, de laatste nacht heb ik gewaakt. Ze is in mijn armen gestorven. Ik ben zo blij dat ik er voor haar kon zijn op die laatste momenten, tijdens die laatste strijd. We hadden heel ons leven samen gedeeld, we hadden haar ziek zijn met z’n tweeën gedragen, dus had ik het gevoel dat ik ook dat moment samen met haar moest beleven. Het kostte me geen enkele moeite, het ging vanzelf omdat ik haar zo graag zag.
Vlak na haar dood en tijdens de begrafenis kreeg ik heel veel steun van vriendinnen van de jeugdbeweging. Ze waren er voor mij en hielpen de begrafenis in elkaar te steken. Vele teksten en liedjes had ik al afgesproken met mama, we hadden het immers voelen aankomen. Ik heb nog steeds een heel goed gevoel bij de begrafenis, het was mooi en het was echt speciaal voor mama.
De eerste dagen na mama’s overlijden ben ik bij mijn nichtje blijven slapen, maar na een tijdje kreeg ik het gevoel dat ik ‘terug naar huis’ wou. Ik ben dan alleen gaan wonen in ons appartement. Dat was mijn thuis, daar was ik samen met mama gelukkig geweest. Hoewel ik er nu vaak alleen was, voelde ik me er toch goed, het werd terug een echte thuis. Ondertussen was het nieuwe academiejaar begonnen. Ik ging muziek studeren aan het Lemmensinstituut in Leuven en ik ging dus op kot. Daar voelde ik me echt ontzettend slecht. Ik zat daar op kot, mijn vrienden en familie die ik op dat moment nodig had, woonden allemaal in het Antwerpse. Ik verlangde tijdens de week ook naar ons appartement, mijn ‘thuis’. Bovendien vroeg die studie enorm veel van mij en ik kon dat gewoon niet opbrengen. Ik ben dan na de herfstvakantie in Mechelen aan de hogeschool lager onderwijs gaan studeren. Zo kwam ik elke avond thuis en kon ik afspreken met familie en vrienden wanneer ik het nodig had. De studie was ook veel minder zwaar, zodat ik veel meer vrije tijd had. Tijd om na te denken over mezelf, over wat er gebeurd was en hoe het nu verder moest. Ik denk dat dat echt een heel goede beslissing geweest is. Ik heb echt de tijd genomen om na te denken, om met mijn verdriet bezig te zijn. Al was het dan wel echt ‘mijn’ verdriet. Wenen deed ik vaak alleen thuis, ook naar het kerkhof ging ik altijd alleen. In de familie wordt er zelden over mama gesproken, daar geldt de algemene regel ‘over doden wordt niet gepraat’. Ik heb het daar heel moeilijk mee, veel steun heb ik langs die kant niet ervaren. Ook mijn vriendinnen van de jeugdbeweging lieten het al snel afweten. Precies een jaar na mama’s dood waren we samen op kamp. Ik had verwacht veel steun te krijgen tijdens deze moeilijke dagen, mama was immers jaren kookmoeder geweest op onze kampen. Ik heb tijdens dat kamp veel verdriet gehad, niemand heeft met één woord over mama gesproken, niemand heeft gevraagd hoe ik me voelde,… Ik ben vroeger naar huis gegaan, ik kon dat stilzijgen niet meer verdragen. Gelukkig heb ik ook veel goede reacties gekregen. Zo heb ik nog altijd heel veel contact met enkele vriendinnen uit het middelbaar. Zij hebben alles meegemaakt, mama die ziek werd, de spanning, angst en hoop, mijn ups en downs,… De band die daardoor tussen ons ontstaan is, kan ik niet met andere vrienden opbouwen die dat stuk van mijn leven niet hebben meegemaakt. Een van de vriendinnen van het middelbaar heeft me ooit eens rechtuit gevraagd hoe ze moest reageren. Ze wist het niet en was bang om iets verkeerds te zeggen of doen. Haar vraag was volgens mij een echte juiste reactie, ik wist wel wat ik voelde en welke reactie ik het liefste had…
Na mama’s dood heb ik me soms wel ‘een eilandje’ gevoeld. Ik heb geen ouders meer, geen grootouders, geen broers of zussen,… Ik heb enkel nog veel contact met mijn tante en haar dochters. Toch heb ik niet het gevoel bij hen te horen. Ik hoor niet bij hun gezin en ik wil er ook niet echt bijhoren. Mama was mijn gezin en dat wil ik zo houden. Niemand mag haar plaats innemen. Mijn eigen gezin later, zal zijn eigen plaats moeten krijgen, naast mama maar niet als vervanging. Mama was heel belangrijk in mijn leven en dat zal ze altijd blijven. Ik heb eigenlijk nooit het gevoel dat ik echt eenzaam ben. Mama is eigenlijk altijd bij mij. Gewoon door wat ze me gegeven heeft, door mijn opvoeding, door haar liefde en haar kracht. Hoewel mama eigenlijk maar 18 jaar van mijn leven bij mij geweest is, heb ik toch het gevoel dat ze me alles gegeven heeft dat ze kon, dat ze mij in die 18 jaar, meer gegeven heeft dan andere ouders hun kinderen in een heel leven kunnen geven. Het is door dat gevoel dat ik nu verder kan leven. Dat ik het leven op mijn eentje, het verdriet en het gemis aankan. Natuurlijk zijn er nog steeds momenten dat ik het moeilijk heb: mijn verjaardag, de sterfdag van mama, de periode waarin de dokters me vertelden dat ze haar niet meer konden helpen,… Tijdens die dagen voel ik me vaak alleen en ik laat mezelf dan ook toe om verdriet te hebben. Na een paar dagen gaat het dan weer beter en probeer ik alles terug een plaatsje te geven. Misschien gaan die moeilijke periodes in mijn leven wel altijd blijven, net zoals de herinneringen aan mama er altijd zullen blijven. Ik praat heel veel over haar, over dingen die we samen gedaan hebben, over wie ze was en hoe graag ik haar zag. Het helpt om haar ‘levend’ te houden, om haar niet te vergeten…
Ik ben in juni afgestudeerd en ik geef nu les op de school waar ik als kind zelf heb gezeten en mama vroeger ook. Bovendien is mama op die school schoolverpleegster geweest. Elke dag als ik de schoolpoort binnenwandel, weet ik dat zij dat ook zoveel jaren gedaan heeft. Ik weet dat ze trots op mij zou zijn en dat geeft een goed gevoel.

Bart
Het is zaterdagmorgen 9 november, ongeveer 9.30u. Na een autorit van zowat een uur komen we (mijn zus, broer en een meisje dat met ons carpoolde) aan in het Cultureel Centrum van Bornem. In de gangen wijzen de bordjes met “Missing You” ons de weg naar de bovenverdieping. Na wat geaarzel en aangetrokken door de gemoedelijke sfeer die er hangt, begeven we ons naar een tafel waar we in ruil voor onze naam een deelnemersmapje krijgen, met daarbij enkele eet- en drankbonnetjes en een badge. Een beetje verder is er een boekenstand opgesteld, waar ik even rondsnuffel : allerlei boeken in verband met rouw en verlies, gaande van gedichten en verhalen tot getuigenissen en eerder informatieve lectuur liggen er zomaar voor het grijpen; ze kunnen gelezen en eventueel aangekocht worden. In het deelnemersmapje vind ik al snel de dagindeling : om 10u is er “welkom en getuigenissen”, gevolgd door “gespreksgroepen”. Na een broodjeslunch is er ongeveer 2u “workshop” gepland om dan toe te komen aan pauze, afsluiting en nabespreking. Intussen zijn er in de gang nog jongeren opgedaagd, verschillend in leeftijd en de meesten blijken elkaar niet te kennen. Sommigen staan wat te staren, anderen lopen een beetje rond, nog anderen GSM’en of gaan nog eens naar het toilet. Ondanks het gemoedelijke onthaal, heerst er een wat onwennige sfeer. Even voor 10u begeven de meesten zich naar de ‘grote zaal’. Naast heel wat stoelen en een tafel waarop drie micro’s opgesteld staan, kan je er ook heel wat kaarsjes, stenen, schilderijen, … vinden. Na een bemoedigende en geruststellende welkom worden drie jongeren aan het woord gelaten. Zij getuigen elk op hun manier over het verlies dat ze met zich meedragen : Kathleen moest afscheid nemen van haar moeder en Lien verloor, net als Nele, een broer. Alledrie kregen ze ruim de tijd om, beurtelings, te getuigen over wat zij hadden meegemaakt, over de manier waarop hun omgeving daarop reageerde en ook over de manier waarop dat verlies hun eigen leven veranderde. Zoals later bleek, waren deze getuigenissen niet alleen voor mij, maar ook voor de anderen heel herkenbaar en confronterend. Om het eens kort en bondig uit te drukken : “ik voelde dat ik was waar ik moest zijn”. Er werden in die getuigenissen gebeurtenissen aangehaald en gevoelens onder woorden gebracht die me heel bekend voor kwamen, maar die ik nooit op zo’n manier voor een groep zou kunnen verwoorden. Ik voelde me klein worden en bewonderde die drie ‘getuigen’ dat ze hun verhaal op zo’n persoonlijke manier naar buiten konden en durfden brengen. Anderzijds voelde ik me ook meer op mijn gemak : het ijs was precies gebroken, ik voelde dat ik hier met “lotgenoten” te doen had die weliswaar niet hetzelfde, maar toch iets gelijkaardigs hadden meegemaakt. En ik apprecieerde de serene sfeer die er hing, waardoor het op één of andere manier mogelijk werd te spreken over iets waarover zo moeilijk te spreken valt …
Na deze getuigenissen werden we in verschillende groepjes verdeeld, telkens zo’n 5-6 jongeren vergezeld door één of twee begeleid(st)ers. Ons groepje kon gebruik maken van een kleiner lokaal, juist naast de grote zaal. We gingen daar met z’n allen op kussens op de grond zitten rond een aantal kaarsjes, enkele stenen en een schotel gevuld met water.
Daar zaten we dan : hoewel er door die getuigenissen een sfeer was gecreëerd waarin en een manier was getoond waarop we over onze eigen ervaringen konden spreken, toch bleef het voor mij moeilijk om die stap te zetten. Aan de hand van wat stenen vertelden we aan elkaar of (en waarom) het voor ons moeilijk was om naar zo’n “Missing You”-dag te komen, we staken elk ook een kaarsje aan voor de persoon die we verloren. Op die manier leerden we elkaar een beetje kennen en kwamen we stilaan tot een uitwisseling van (herkenbare) ervaringen. De spontaneïteit en het vertrouwen waarin dit alles kon gebeuren, was daarbij heel belangrijk voor mij : naast het heel aandachtige luisteren en proberen te begrijpen, was er ook ruimte voor stilte-momenten, voor tranen, voor (onopgeloste) vragen, … Ik voelde me gedragen en gesteund, misschien ook begrepen, door mensen die ook met een verlies te maken hebben en die bereid waren naar mijn verhaal te luisteren en me te aanvaarden, hoe ik ook ben. Bijna zonder het te merken, was er 1,5u voorbij en kon het gesprek verder gezet worden tijdens een broodjeslunch. In een grote cafetaria kwamen alle gespreksgroepjes samen : er was keuze uit verschillende warme/koude dranken en op voorhand belegde broodjes. Het was een ideale gelegenheid om wat op adem te komen, om eens contact te leggen met andere deelnemers, om de mensen uit je eigen groepje op een andere manier te leren kennen of gewoon om wat te luisteren en gezellig samen te zijn. Bij het begin van de namiddag werden de vier verschillende workshops kort voorgesteld. Telkens opnieuw werd gezocht naar een manier om met verdriet om te gaan, door het in de verf te zetten (in de workshop “Intuïtief schilderen”), door het in beweging te brengen (in de workshop “Dans en beweging”), door het onder woorden te brengen (in de workshop “Poëzie”) of door het op noten te zetten (in de workshop “Muziek”). Ik had bij de inschrijving gekozen voor deze laatste workshop. Het werd dan ook, zoals in de folder aangekondigd, “een uurtje zonder teveel woorden waarin de muziek wel zal spreken.” In hetzelfde lokaal van de voormiddag was nu een uitgebreide collectie CD’s aanwezig, met heel wat bekende en minder bekende liedjes rond liefde en verdriet, rond afscheid en rouw. Ook de teksten waren beschikbaar. Aan het begin van de workshop werd een woordje uitleg gegeven over het hoe en waarom van muziek, over de betekenis die muziek kan hebben in een rouwproces. Daarna kregen we de tijd om elk één liedje te kiezen dat om één of andere reden een speciale betekenis voor ons had (gehad), dat bepaalde gevoelens treffend weergeeft of onverwachte herinneringen oproept. Voor of na het beluisteren van deze muziek probeerde ieder dan ook uit te leggen waarom hij/zij juist dat lied gekozen had en wat die muziek in hem teweeg bracht. Het was voor mij niet alleen een gelegenheid om ontzettend veel inspiratie op te doen over liedjes rond verlies en dood, maar ook een (alternatieve) manier om uit te drukken waar ik ergens sta met mijn verlies en hoe ik ermee omga of ertegen aankijk. Daarna was er ruimte voor een (drank)pauze, wat napraten en een nabespreking met de ganse groep, waarbij iedereen ook een attentie ontving als herinnering aan deze dag. Ten slotte was er mogelijkheid om een schriftelijke evaluatie te maken. Na een lange en redelijk vermoeiende dag kon ik toch met een voldaan gevoel huiswaarts keren met de spreuk van de “Missing You”-website in het achterhoofd : “Laten we ergens heen wandelen waar het verleden de toekomst niet in de weg staat. Integendeel.”
