Getuigenissen van jongeren tijdens de Jongerendag «MISSING YOU»
zaterdag 10 november 2001 in CC Ter Dilft in Bornem


Moderator

Kasper, Inge en Nina hebben ieder een eigen verhaal, een verhaal over het verlies van iemand die hen zeer dierbaar is. Als je iemand verliest die je graag ziet is dat een ware ramp. Je leven wordt helemaal overhoop gegooid. Je komt terecht in een zee van verdriet. Je voelt een grote leegte, een groot gemis.
Over de pijn bij dit verlies, over de pijn van het loslaten, over het afscheid nemen, over het proberen niet te verdrinken in die zee van verdriet, over het zoeken naar troost, over de woede en onmacht, maar ook over de kracht en de moed om verder te leven zonder die unieke persoon, over dit alles gaat hun verhaal dat ze met jullie willen delen.


Inge

Hallo, ik ben Inge. Ik ben 20 jaar en studeer psychologie. Ik kom uit een groot gezin. Ik heb nog een oudere zus en nog 4 jongere broers. Ongeveer 5 jaar geleden werd me voor het eerst meegedeeld dat ons mama ziek was. Ze had borstkanker. De daarop volgende 4 jaren waren jaren van herstel en terug hervallen. Toen ik in het zesde middelbaar zat stierf ze.
Ik had al vaak gedacht dat ze misschien wel niet meer zou genezen omdat ze telkens herviel, maar ik wilde daar niet aan denken en verdong die gedachte telkens. In het zesde vertrokken we naar Rome en ik weet nog goed dat wanneer ik afscheid nam van mijn pa en ons mama, dat ons mama toen heel emotioneel was. Ze nam me vast en begon te wenen. Ik voelde me toen echt heel gek en had een angstig gevoel. Toen ik dan ook terug kwam van de Romereis moest ik bij ons mama komen. Ze was enorm veranderd, zat in een rolstoel en ze was heel hard aan het wenen. Op dat moment wist ik dat het voorbij was. Mijn zus heeft het me enkele uren later gezegd en mijn pa de volgende dag. Toen ze het me vertelde kon ik echt niet wenen. Ik wou niet laten zien dat het me pijn deed en ik was ook bang dat wanneer ik mijn verdriet liet zien ik de anderen nog meer pijn zou doen. Aan mijn vriend heb ik het ook niet onmiddellijk kunnen zeggen.
De volgende dagen waren verschrikkelijk. Iedereen kwam afscheid nemen van ons mama. Ze begonnen allemaal te wenen, zeiden tegen ons hoe erg het wel niet was. Ik haatte het. Van de ene op de andere dag was mijn leven totaal veranderd. Ik kon aan niets anders meer denken dan aan het feit dat we ons mama gingen verliezen. Iedereen vertelde me dat ik maar veel bij ons mama moest gaan zitten en maar veel tegen haar moest vertellen nu het nog kon, maar ik kon dat niet. Ik heb haar ontweken omdat ik bang was dat ik mijn gevoelens dan zou laten zien en het zo voor haar alleen nog maar erger zou maken. Ik kon en wou geen afscheid nemen van haar.
Op een dag ben ik dan toch naar boven gegaan om een brief te schrijven naar haar. Ik wou er net aan beginnen toen mijn pa me riep. Enkele minuten later is ze gestorven.
Veel mensen zijn blij dat ze op die moment erbij zijn, maar voor mij was en is dat nog altijd een verschrikkelijke herinnering. Dat was geen vredig afscheid, maar een verschrikkelijk ongelukkig afscheid.
Ik had er heel veel pijn en verdriet bij en ergens ook opgelucht dat het vechten voorbij was zowel voor haar als voor ons. De volgende week hebben we nog wel heel intens samen geweest bij haar. We hebben met de kinderen een heel speciale doodsbrief gemaakt en een mooie viering opgesteld. Alles moest speciaal zijn voor ons mama. Dat was het laatste wat we konden doen voor haar.


Kasper

Ik was 18 toen mijn 25-jarige broer zelfmoord pleegde. Het is nu 5 jaar geleden. Er waren blijkbaar woordwisselingen geweest tussen hem en zijn vriendin, waarop hij van de vierde verdieping van haar appartementsgebouw naar beneden sprong. Hij liet geen afscheidsbrief achter wat voor mij een teken was dat hij het niet daadwerkelijk gepland of gewild heeft. Twee dagen lang heeft hij nog in de coma gelegen. Hij was klinisch dood. Men vroeg ons om de machines, die hem in leven hielden, stil te leggen.
Ik vernam als eerste het nieuws. Mijn ouders waren die avond van het gebeuren al slapen. ’s Avonds laat gaf zijn vriendin een telefoontje om te vertellen wat er gebeurd was. Hij was al overgebracht naar het ziekenhuis. Ze vertelde dat hij na zijn val nog wou rechtstaan. In het ziekenhuis vertelden ze ons dat hij bijna geen letsels had: een gebroken vinger en een gebroken neus. Geen merkbare letsels, alleen waren zijn hersenen door de val ernstig beschadigd. Het leek mij niet zo erg, ik dacht: hij komt er wel bovenop.
Ik kon niet begrijpen of aanvaarden dat mijn broer zoiets had kunnen doen. Ik zie hem nog lachen, want in het weekend was hij nog langs geweest. En dan een week later stonden we daar afscheid te nemen, nadat ze ons gevraagd hadden om organen af te staan.
Ik voelde me alleen. Mijn ouders hadden elkaar, mijn andere broer had zijn vriendin. Maar ik had niemand om steun bij te zoeken.


Nina

Ik ben Nina en kom uit een gezin van vier personen: mijn ouders, ikzelf en mijn broer. Op 13 juni 1999 reed hij met zijn vriendin op de fiets naar huis. Zij kwamen  van een fuif (het was ongeveer half twee). Twee vrienden van hem reden 100 meter verderop. Er kwam een auto met een te hoge snelheid op hen af. Deze greep mijn broer. Hij was op slag dood. De bestuurder had te veel alcohol op. Mijn broer reed links, zijn vriendin rechts. Gelukkig werd zij niet geraakt.
Ikzelf was op de fuif nog aanwezig. Mijn vriend kwam mij dat vertellen. Ik kon het niet geloven. Nu kan ik het nog steeds niet geloven. Ik ben bij het ongeval geweest maar ik weet er niets meer van.
Toen kwamen de bezoeken, de laatste keren dat we hem konden zien. Ze hebben me letterlijk erheen moeten sleuren. Ik durfde niet. Ik dacht dat ik beter was met alleen zijn herinnering. Maar mijn ouders hebben mij kunnen overhalen, waar ik hen nu zeer dankbaar voor ben. Ik vond het goed dat we hem nog meerdere malen hebben mogen zien. Op dat moment lijkt alles echt een droom. Ik kan nu nog niet geloven dat hij daar lag. Ik heb hem mijn beste pet meegegeven samen met een brief. Ik ben blij dat ik hem dat heb meegegeven. Ik vond het erg, hij lag in het ziekenhuis opgebaard en we konden niet echt bij hem alleen zijn. Je moest ook erg lang wachten voor je hem kon zien.
Toen kwam de begrafenis. Ik kan me niet meer herinneren wie er was. Ik weet alleen de liedjes die voor hem zijn gespeeld. Voor de rest herinner ik me niets meer.
In het begin ging ik bijna elke dag naar het kerkhof. Ik dacht toen dat ik daar echt dicht bij hem was. Nu is het heel anders. Ik ga erheen als ik er behoefte aan heb, want hij is overal bij mij. Ik babbel veel over hem en ook tegen hem. Ik bekijk veel foto’s van hem.

                                                                         


Moderator

Soms voelen we ons getroost maar soms worden we ook gekwetst door mensen. Misschien worden we overvallen door allerlei gevoelens die we vóór dit verlies nooit zo ervaren hebben en waar we niet goed raad mee weten: ongeloof, onmacht, immens verdriet, kwaadheid, jaloersheid, angst of spijt. Je kan ook heel erg worstelen met schuldgevoelens. Misschien zien we het soms zelf ook niet meer zitten en zouden we ook wel willen dood zijn al was het maar om bij die ene persoon te zijn. Misschien hebben we wel anderen nodig om alle gevoelens eens op een rijtje te plaatsen en de mist wat te doen opklaren. We kunnen echter ook momenten van sterke verbondenheid en intense dankbaarheid ervaren.


Nina

De eerste weken heb ik veel troost gekregen van mijn broer zijn vriendin. Zij stond ook alleen en had ook niemand. Ik heb geen broer of zus meer. We hadden dezelfde gevoelens.
De familie en vrienden kwamen langs en dat deed deugd. Vooral de eerste weken kwam iedereen langs. Als je op straat iemand tegenkwam vroegen ze wel iets. Ik vond het wel erg dat ze daarna hun rug draaiden. Het leven gaat voor hen gewoon door. Nu op dit ogenblik zullen ze niets meer vertellen of vragen over mijn broer.
In het begin vroeg iedereen hoe het met ma en pa was. Ik vond het erg dat ze niets over mij vroegen. Met mijn vriend kon ik ook niet praten. Hij durfde er niets over vragen. Dat vond ik juist erg. Het is daarna ook uitgeraakt.
Iedereen gaat er precies zo vlug over en het leven gaat gewoon verder. Wij moeten proberen, stap voor stap, met vallen en opstaan, er te geraken. Het gemis blijft.
Ik ben erg kwaad op de bestuurder. Ik kom hem elk weekend tegen. Elke keer zou ik hem wel iets kunnen of willen doen. Ooit heb ik hem eens mijn gedacht gezegd. Ik weet dat hij dit niet met opzet heeft gedaan. Toch vind ik dat hij er iets aan kon doen. Het doet me deugd dat hij weet hoe ik erover denk en dat hij beseft wat hij heeft gedaan. Het is erg: hij kan verder leven. Mijn broer heeft een mooie tijd gehad maar hij kon nog een mooiere tijd krijgen. Ik weet niet of ik die bestuurder ooit zal kunnen vergeven.


Kasper

Vanuit de omgeving kreeg ik weinig steun. Mijn vrienden wisten niet wat te zeggen of vroegen zelfs niets. Soms kreeg ik de vraag hoe het nu met mijn ouders was, alsof ik maar bijzaak was. Gelukkig heb ik een vriendin wiens moeder overleden is aan kanker. Ze begrijpt veel van mijn gevoelens en ik kon altijd bij haar terecht met om het even wat.
Het viel me op dat na de begrafenis voor vele mensen het leven gewoon verder ging.
Ik merkte aan mezelf dat ik het moeilijk kon verwerken, ik was levensmoe, ging bijna niet meer weg met vrienden en ik sloot me op. Ik kon geen afscheid nemen van mijn broer en dacht voortdurend aan hem. Ik heb dan besloten om hulp te zoeken bij iemand omdat ik merkte dat mijn schoolwerk en gezondheid er begonnen onder te lijden. Twee jaar lang was het voor mij een lange lijdensweg.


Inge

De eerste weken na haar dood kregen we heel veel steun en troost van onze vrienden en omgeving. Er kwamen heel veel mensen op bezoek, voortdurend telefoontjes. We hadden het zo druk waardoor ik ook minder met het verdriet bezig was. Zo heb ik heel veel steun gehad aan een leerkracht. We hebben heel veel gepraat en dat heeft me enorm geholpen. Ik herinner me nog goed dat een neef van mij gewoon eens zijn arm rond me heeft geslagen en me eens goed geknuffeld heeft. Dat deed me zo’n deugd en daar ben ik nog steeds dankbaar om.
Toch heb ik het gevoel dat ik het op mijn eentje heb moeten verwerken.
Stilaan vroeg men er niet meer achter en als ik er over begon, klapte de meeste toe en begonnen over iets anders. Ook begon ik aan mijn eerste jaar unif en kwam ik op een kot waar ik niemand kende. Het heeft heel lang geduurd voordat ik het iemand vertelde. Ik weende heel dikwijls maar steeds alleen. Ik heb na de begrafenis nooit meer geweend in het bijzijn van anderen. Ik had ook niet het gevoel dat ik dat kon bij iemand. Thuis werd er ook niet meer over gepraat, bang om elkaar pijn te doen.
Nu heb ik een aantal mensen waar ik altijd terecht kan. Zo heeft mijn beste vriend me een tijdje geleden gevraagd om samen naar het graf te gaan. Dat was een heel intens moment voor mij.

                                                                     

                                                           



Moderator

We hebben al een hele weg afgelegd. Misschien hebben we ook nog een hele weg te gaan. Ons leven, ons gezin is erg veranderd. Het zal nooit meer hetzelfde zijn als voorheen. De lege plaats blijft. We zijn zelf ook niet meer dezelfde als voorheen.


Inge

Het eerste jaar unif heb ik me op mijn boeken gestort en was dan ook geslaagd. Maar ergens heb ik toen mijn verdriet verdrongen. Het volgende jaar is heel anders verlopen. Ik zat enorm in de knoei met mezelf. Mijn relatie liep stuk, ik had geen zin meer in studeren en ik zakte steeds dieper weg. Ik heb echt op het punt gestaan om hulp te gaan zoeken maar heb het tot nu toe nog niet gedaan. Ik heb nog wel het telefoonnummer in bereik. Doordat het op alle vlakken slechter ging met mij, kwamen de herinneringen aan ons mama sterker terug.
Het is vooral op moeilijke momenten dat ik haar heel fel mis en dat ik nog eens graag met haar zou willen babbelen. Op leuke momenten heb ik dat gevoel steeds minder omdat ik dat ook met onze papa kan delen.
Er is voor mij heel veel veranderd. Ik ben stiller geworden, serieuzer ook. Ik ben bang om zelf ook vroeg te moeten streven en ook heel bang dat ik onze papa ook nog zou verliezen.
Ik voel me verantwoordelijk voor het huishouden. Ik wil dat even goed doen als ons mama, maar dat lukt niet en daar kan ik me heel slecht om voelen.
Positief is dat we een heel hechte band hebben thuis. Ik respecteer onze papa echt enorm en ben hem heel dankbaar voor wat hij allemaal voor ons doet. Ik besef nu veel meer wat mensen kunnen betekenen voor mij en neem dat niet meer als evident.
Ik probeer nu van mijn leven te genieten maar wel op een bewuste manier. Ik denk ook veel aan de toekomst. Ik kijk enorm uit om zelf later een knus gezinnetje te hebben. Maar ik weet wel dat ik ons mama op zo’n momenten als huwelijk, geboorten,... heel fel zal missen.
Men zegt dikwijls dat ik fel op ons mama gelijk en daar voel ik mij goed bij.
Ik kom ook nog dingen tegen die aan ons mama herinneren. Zo bijvoorbeeld het telefoonboekje dat ons mama nog zelf geschreven heeft. Momenteel voel ik mij daar nog slecht bij. Laatst hebben we een groot deel van haar kleren weggedaan. Ik voelde mij daar ook niet zo goed bij, maar ik heb wel geholpen, we moeten uiteindelijk toch verder.


Nina

Op feestdagen is het nu anders dan vroeger. Er blijft altijd die lege plek in huis en op zo’n momenten is het bijzonder erg. We kunnen niet meer feesten. Er is een deel van ons leven stuk.
Als men vraagt met hoeveel we thuis zijn zal ik altijd zeggen: met twee. Ik zal nooit direct zeggen dat mijn broer dood is. Alles lijkt zo’n droom. Zelfs nu nog lijkt het precies alsof hij op reis is.
Mijn werk heb ik opgegeven. Mijn broer hielp thuis op de boerderij. Ik heb nu loopbaanonderbreking genomen om thuis zijn plaats in te nemen. Het is fijn dat ik zijn werk kan opnemen en ik denk dat hij erg fier op me zou zijn. Maar elke keer dat ik van hem iets tegenkom doet het wel pijn.
Als ik aan het werk ben denk ik steeds dat de mensen denken dat het mijn broer is. Hij droeg ook erg graag een pet, en ik ook. Zelf voel ik me ook in zijn lichaam.
Mijn ouders zijn vlug ongerust, wat normaal is, maar soms wel erg vervelend. Ze zijn bang om mij ook te verliezen.
Zelf ben ik ook veel veranderd. Ik ben veel vlugger emotioneel. Als men iets verkeerd zegt over hem dan voel ik mij diep gekwetst.
Ik ben met de dood bezig en denk dan wel eens: wie zal de volgende zijn?
Nu schrijf ik veel kaartjes voor hem die ik dan naar het kerkhof breng of bij zijn foto zet. Zo kan ik mijn gevoelens kwijt. Want niemand begrijpt - alleen lotgenoten - wat ik voel.
Hij is mijn eigen broer die NOOIT te vervangen is.


Kasper

Ik heb er toch wat uit geleerd. Op slag voelde ik me na de verwerking een stuk meer volwassen. Ik kon qua gespreksniveau nog weinig met leeftijdsgenoten converseren. Hoewel het nog dikwijls pijn doet heb ik mezelf voor een stukje beter leren kennen.
Als ik naar het kerkhof ga dan vraag ik me soms af hoe het zou zijn als hij nog hier zou zijn. Ik mis hem nog altijd evenveel. Hij was mijn oudste broer en ik keek erg naar hem op. Zijn vriendin vertelde me dat hij trots op me was. Spijtig dat hij niet meer kan meemaken wat ik op beroepsniveau al bereikt heb. Het is nu 5 jaar geleden en toch kan ik me hem nog evengoed voorstellen.
Wat ik het meest mis is het leven vóór zijn dood. De feestdagen en verjaardagen zijn nu leeg en zinloos. Als er iemand vraagt hoeveel broers ik heb dan kan ik het niet laten hem te vernoemen. Hij blijft in me verder leven en ik zal hem nooit vergeten.
De pijn slijt, maar het gemis blijft